{"t01-apar-0":"VERKLARENDE HANDLEIDING BIJ de Delmas-hulptabellen ❦ EERSTE REEKS","t01-apar-1":"TABEL Nr. 1 De school, het lyceum, het klaslokaal.","t01-tit-1":"Algemene beschrijving.","t01-01-1":"1. — Deze tabel stelt een **klaslokaal** in een **lyceum** voor. In dit klaslokaal staan acht **tafels** (18) en acht **banken** (32) . Op elke bank zitten drie leerlingen. De **onderwijzer** (7) zit op een **stoel** (8) achter zijn **katheder** (6) .","t01-02-1":"2. — Links van de katheder staat een **kast** (15) met **glazen deuren**. Rechts is het **schoolbord** (1) met de **spons** (2) en het **krijt** (3) .","t01-02-2":"Boven de katheder hangen **wandplaten** ( 9 , 11 , 12 ) en een **kaart** (10) .","t01-03-1":"3. — Niet alle leerlingen zitten op hun **plaats** (17) . Jan (4) staat bij het bord, hij houdt de spons vast en wist de **meetkundige figuren** uit.","t01-03-2":"Piet staat bij de katheder, hij verzamelt de **schriftelijke oefeningen** (5) en brengt ze naar de onderwijzer.","t01-04-1":"4. — Deze onderwijzer is de leraar in de **levende talen**. Hij leert de leerlingen vreemde talen spreken, lezen en schrijven **(Duits, Engels, Spaans, Italiaans, Russisch** of **Frans)**.","t01-05-1":"5. — Het klaslokaal is heel ruim en heel licht. Achterin is een breed **raam** met twee **bovenlichten** (78) en de **glazen deur** om het te luchten en te verlichten.","t01-05-2":"Dit klaslokaal is niet koud. In het midden staat om het te verwarmen een heel goede **kachel** (46) met zijn **pijp** (45) .","t01-05-3":"Aan de wand zijn **kapstokhaken** (58) bevestigd, daaraan hangen de petten en de jassen van de scholieren.","t01-tit-2":"De speelplaats","t01-06-1":"6. — De **klok** (63) wijst negen uur vijf aan.","t01-06-2":"De **pauze** (76) is zojuist afgelopen en de les begint opnieuw. De speelruimte ligt op de **binnenplaats** (75) . Wij zien enkele leerlingen die spelen. Een **ondermeester** (74) houdt toezicht op hen.","t01-07-1":"7. — Op de binnenplaats zien wij bovendien verschillende personen, namelijk de **inspecteur** (73) , het schoolhoofd **(rector)** (71) en de **censor** (72) .","t01-07-2":"De inspecteur inspecteert de scholen, de rector leidt het lyceum, de censor houdt toezicht op de studies.","t01-07-3":"De vierde persoon is de **portier** (77) . Hij draagt onder zijn arm een register om de afwezigen in te schrijven.","t01-08-1":"8. — Achterin op de binnenplaats staan de **gymnastiektoestellen** (70) en de werkplaats voor de **handenarbeid** (69) .","t01-08-2":"Rechts van de tabel beginnen wij de **lokalen** voor **muziek** en **tekenen** te zien.","t01-tit-3":"Uitvoerige beschrijving.","t01-tit-4":"De goede leerlingen.","t01-09-1":"9. — De leerlingen van de eerste bank rechts van de katheder zijn **Hendrik** (*) , **Stefaan** en **Karel**.","t01-09-2":"Hendrik is heel oplettend en vlijtig, hij luistert naar de onderwijzer. Op zijn tafel heeft hij een **schrift** (28) , een **boek** (29) , een **woordenboek** (30) en een **pennendoos** (31) . Zijn boek heeft veel **bladzijden**, elk hoofdstuk bevat verscheidene **alinea’s** en elke **regel** veel **woorden**.","t01-09-4":"Zijn buurman Stefaan (24) is ijverig. Hij schrijft in zijn schrift de les voor de volgende keer op. Hij heeft een mooi **handschrift**. Zijn boek is dicht. Wij zien alleen de **omslag** (27) . Naast hem ligt zijn **passer** (26) .","t01-09-5":"Karel (23) houdt zijn boek in de hand, hij slaat het open om zijn les te herlezen. Hij heeft, zoals elke leerling, een **inktpot** (25) voor zich. Hij is gehoorzaam.","t01-10-1":"10. — Aan de tafel ernaast zitten **Lodewijk, Anton** en **Paul**. Lodewijk zegt zijn les (22) op en beantwoordt de **vragen** van de onderwijzer. Anton (21) is heel onoplettend, soms straft de onderwijzer hem zelfs. Paul (20) is een goede kameraad, vriendelijk en behulpzaam. Hij is heel oplettend.","t01-tit-5":"De slechte leerlingen.","t01-11-1":"11. — Achter Hendrik zit **Joris** (38) . Hij is geen slechte jongen, maar hij is **praatziek**, onoplettend en baldadig. Zijn **lichtzinnigheid** en **ongehoorzaamheid** veroorzaken **wanorde** tijdens de les en dikwijls verdient hij een strenge **waarschuwing**. Zijn **kladschrift** (35) is vuil, hij **bevlekt** het **met inkt** met zijn **pen** (34) , daarom gebruikt hij altijd zijn **vlakgom** (36) ; zijn **schriftenmap** (33) is gescheurd, want hij is erg slordig. Waarom brengt hij zijn **potloodhouder** (37) mee naar het lokaal van de levende talen?","t01-11-2":"Zijn buurman Edmund (39) houdt niet van hem. Hij is weliswaar een beetje traag, maar hij is zwijgzaam en rustig. Hij praat niet; maar in plaats van te luisteren leest hij liever de **verhalen** uit zijn **leesboek**.","t01-11-3":"De derde leerling van deze bank is **Lodewijk** (40) . Hij is vlijtig. Hij schrijft op een wit **blad papier**. Voor zich heeft hij zijn **vloeipapier** (41) gelegd.","t01-12-1":"12. — De leerlingen van de tweede bank, links van de onderwijzer, zijn heel jong. De eerste, de kleine **Emiel**, kan nog niet zo goed schrijven, hij brengt zijn **lei** (42) , zijn **griffel** en zijn **sponsje** (43) mee.","t01-12-2":"Naast hem zitten **August** en **Bernard** (44) . Deze laatste werkt goed, maar zijn **kleding** is erg verwaarloosd.","t01-13-1":"13. — Achter hen zitten drie **luiaards**. **Albert** leert zijn lessen niet. **Jacob** (47) slaapt in plaats van te luisteren. Zijn **luiheid** levert hem **verwijten** en zelfs **straffen** op. Ten slotte is **Christiaan** (48) te weinig ernstig. Hij **gedraagt zich** slecht en doet geen enkele moeite om zich te beteren.","t01-14-1":"14. — Zijn buren daarentegen gedragen zich goed. **Ernst** (51) houdt van orde en regelmaat, hij gebruikt altijd zijn **liniaal** (50) en zijn **potlood** (49) . Hij is een **externe leerling**.","t01-14-2":"**Frans** (52) is een **interne leerling**, hij draagt een uniform, eet en slaapt in het lyceum. Hij is een goede **kameraad**.","t01-14-3":"Maurits slijpt zijn **potlood** met zijn **zakmesje** (56) , hij is heel zorgvuldig.","t01-14-4":"Hij brengt al zijn boeken mee, zijn **spraakkunst** (55) , zijn **notitieboekje** (54) , en zelfs een **schrijfonderlegger** (53) . Zijn **schooltas** (57) staat op de grond achter hem.","t01-14-5":"De twee tafels achterin het klaslokaal worden door **goede leerlingen** (19) bezet.","t01-tit-6":"Tekenen en muziek.","t01-15-1":"15. — In het **tekenlokaal** hangen sierlijke **modellen** aan de muur en een **lamp** (62) met **kap**, aan het plafond opgehangen. De **leraar** (60) is heel geduldig, hij verbetert de **tekeningen** (61) van de leerlingen en leert hun een **buste** (59) naar de natuur tekenen.","t01-16-1":"16. — Het **muzieklokaal** lijkt heel interessant. Daar leert men **muziek** lezen, de **toonladder** (67) solfegen die op de **notenbalk** geschreven staat (do, re, mi, fa, sol, la, si = C. D. E. F. G. A. B.), de **sleutels** kennen en bekoorlijke **melodieën** zingen. Men legt de muziekstukken op de **lessenaar** (65) . Een van de leerlingen **speelt piano** (64) en de **muziekleraar** (66) **slaat de maat** (68) .","t01-17-1":"17. — Wij beginnen een hoek van de **werkplaats** voor **handenarbeid** (69) te zien, waar de jongens hout mogen leren schaven en ijzer vijlen. Dat bestaat niet in alle lycea.","t01-tit-7":"Het lokaal voor de wetenschappen.","t01-18-1":"18. — De leraar wiskunde onderwijst de leerlingen **meetkunde, rekenkunde, het rekenen** en het **metriek stelsel**. Wij zien op de tabel de voornaamste figuren van de meetkunde: een **cirkel** (a) , een **vierkant** (b) , een **driehoek** (c) , een **lijn** (d) .","t01-18-2":"Wij zien ook een **berekening**; het is noch een **optelling**, noch een **aftrekking**, noch een **vermenigvuldiging**: het is een **deling** (e) .","t01-19-1":"19. — Op de tabel van het metriek stelsel zien wij: een **meter** (a) , een **weegschaal** (b) en haar **gewichten**, een **liter** (e) , een **decaliter** (f) , een **deciliter** en een **kubieke meter** (d) .","t01-19-2":"De leerlingen bestuderen ook de **natuurwetenschappen** (11) — de dierkunde (a) , de plantkunde (b) , de aardkunde (c) — en de **geschiedenis** (12) .","t01-19-3":"In de kast staan de toestellen voor **natuurkunde** (15) en voor **scheikunde** (16) .","t01-19-4":"Boven op de kast staan: een **bol** (14) , een **kegel** en een **wereldbol** (13) .","t01-19-5":"Boven de tabellen hangt een **kaart** die de vijf werelddelen toont: **Europa** (e) , **Azië** (g) , **Afrika** (f) , **Amerika** ( a b ) en **Oceanië** (h) , en de twee grote oceanen, de **Stille** (c) en de **Atlantische** (d) .","t02-apar-1":"TABEL Nr. 2 Het menselijk lichaam. — De pauze. — De spelen.","t02-tit-0":"Het menselijk lichaam. *(Eenvoudige les in natuurwetenschap.)*","t02-01-1":"1. — De voornaamste delen van het menselijk lichaam zijn: het **hoofd**, de **romp** en de **ledematen**.","t02-tit-1":"Het hoofd.","t02-02-1":"2. — Het hoofd omvat twee delen: de **schedel**, die de **hersenen** bevat en die het **haar** bedekt, en het **gezicht**.","t02-03-1":"3. — Op onze tekening zien wij noch de schedel noch de hersenen; maar wij zien heel duidelijk de belangrijke delen van het gezicht.","t02-04-1":"4. — We beginnen bij het **voorhoofd**, dat een krachtig verstand aanduidt, een altijd werkzaam denken. De **slapen** zijn heel vrij. Het **oog** is levendig en wijd geopend. Een dichte **wenkbrauw** en lange **wimpers** beschutten het.","t02-05-1":"5. — Daarna volgen de **neus** en de **neusgaten**. De neus dient ons om te ruiken en om te ademen. Aan weerszijden van de neus zijn de **wangen**, verder weg de **oren**. Het onderste deel van het gezicht bestaat uit de **mond** en de **kin**.","t02-06-1":"6. — Wij zien ze niet zo goed, want de **snor** en de **bakkebaarden** verbergen ze voor ons. Maar wij weten, dat de mond de twee **lippen**, de **bovenkaak** en de **onderkaak** met hun **tanden**, en de **tong** heeft. Met de mond spreken en eten wij. Met de tong proeven wij het voedsel.","t02-07-1":"7. — Het oog, het oor, de neus en de mond zijn, evenals de vingers, de organen van de vijf zintuigen: het **gezicht**, het **gehoor**, de **reuk**, de **smaak**, het **gevoel**.","t02-08-1":"8. — Het hoofd is dus een van de belangwekkendste delen van het menselijk lichaam.","t02-tit-2":"De romp.","t02-09-1":"9. — De **hals** verbindt het hoofd met de romp. Hij omvat de **keel** en de **nek**.","t02-10-1":"10. — De romp omvat ook veel wezenlijke organen. In de **borst** zijn de **longen**, waarmee wij ademen, en het **hart** dat het middelpunt van het leven is. Wanneer het hart ophoudt te kloppen, sterft het levende wezen.","t02-11-1":"11. — De **ribben** houden de borst overeind.","t02-12-1":"12. — De overige delen van de romp zijn de **zijde**, de **rug**, de **schouders** en de **buik**. Wij gaan op de zijde of op de rug liggen om te slapen, wij dragen de lasten op onze schouder.","t02-13-1":"13. — In de buik zijn de **maag** en de **darmen**. Zij dienen ons om het voedsel te verteren.","t02-tit-3":"De ledematen.","t02-14-1":"14. — Wij hebben vier **ledematen**: twee **armen** en twee **benen**. Met de armen nemen, houden, heffen en verzamelen wij de voorwerpen; met de benen staan, lopen en rennen wij.","t02-15-1":"15. — De **schouder** verbindt de arm met het lichaam. Een heel stevige **spier**, de biceps, beweegt de arm die de **elleboog** met de **onderarm** verbindt. De **pols** vormt het gewricht van de **hand**, die eindigt met de **vingers** en de **nagels**. Op de hand onderscheiden wij een **ader** (en een slagader) waarin het **bloed** stroomt.","t02-16-1":"16. — De delen van het been zijn: het **dijbeen**, de **knie** en de **knieholte**, de **kuit**, waarvan het **vlees** door de **huid** bedekt is, de **enkel** en de **voet**. De **beenderen** van het been zijn heel dik en heel sterk. Aan het uiteinde van de voet zijn de **tenen**. De overige delen zijn de **voetzool** en de **hiel**.","t02-17-1":"17. — Zo luidt de bijna volledige beschrijving van het menselijk lichaam.","t02-17-2":"*Nota.* — *Met behulp van de uitdrukking: « ik heb pijn aan... (het hoofd enz.) » zal de onderwijzer deze hele woordenschat opnieuw kunnen gebruiken uit het oogpunt van de goede of slechte* **lichamelijke toestand.**","t02-tit-4":"Gymnastiek. *(Verhaal van een van de leerlingen.)*","t02-18-1":"18. — Om lenig, behendig en gezond te zijn, moeten wij onze benen en onze armen oefenen. Daarom spelen wij en beoefenen wij de **gymnastiek**.","t02-19-1":"19. — Tijdens de week vinden deze twee oefeningen plaats op de binnenplaats van het lyceum (zie tabel nr. 1). Maar op donderdag en op zondag gaan wij naar een groot **grasveld**, waar wij ruimte hebben om te rennen en ons te vermaken.","t02-20-1":"20. — Onze meesters en onze ouders vergezellen ons daar soms; maar een **leraar gymnastiek** (12) leidt wel degelijk de oefeningen.","t02-21-1":"21. — Op het grasveld, links van de ingang, staan de **gymnastiektoestellen** (1) , wij klimmen langs de **ladder** (2) , wij hangen ondersteboven aan de **ringen** (3) en aan de **trapeze** (4) , wij hijsen ons met de handen op tot de top van de **touwladder** (5) of van het **knoopentouw** (6) .","t02-22-1":"22. — Intussen springen onze kameraden over het **houten paard** (7) of de **brug met gelijke leggers** (11) . Anderen **boksen** (8) of **schermen** (9) met een masker en met een **floret**. Ten slotte **heffen** anderen **halters** (10) .","t02-tit-5":"De spelen.","t02-23-1":"23. — Rondom de turners spelen jongens en meisjes verschillende **spelen**. De meisjes vermaken zich met hun **hoepel** (14) ; zij springen aan het **touw** (13) of nodigen hun broers en neven uit voor een partij **croquet** (15) . Zij hebben er plezier in de **bal** van de tegenstander weg te stoten, juist op het ogenblik dat hij denkt gemakkelijk door het poortje te gaan!","t02-24-1":"24. — De jongens houden meer van de spelen die spierkracht vragen. Graag spelen zij **kegelen** (16) waarbij zij de kegels behendig omgooien met een **bal** (17) . Zij versmaden het ook niet met een **tol** (18) en een **bilboquet** (19) of zelfs met de **kikker** (20) te spelen. Maar hun lievelingsspelen zijn wel de **knikkers** (21) en het **kaatsen tegen de muur** (22) , want de muur van de **broeikas** (26) is heel geschikt om de lichte bal te laten terugspringen.","t02-25-1":"25. — De kleine Jan, die op zijn **stelten** (24) loopt, is heel behendig en weet heel goed zijn evenwicht te bewaren. Naast hem spelen enkele kameraden **verstoppertje** (25) in die broeikas en achter de **heg**. Anderen houden meer van het **slagraden** (28) of van de **pluimbal** (29) die van het ene **racket** naar het andere vliegt.","t02-26-1":"26. — Midden op het grasveld staan twee bomen. Aan de voet van een van beide hebben zeven of acht jongens een partij **schoudersprong** (30) (*) op touw gezet. Niet in alle landen kent men dat spel; maar iedereen weet wat het **bokspringen** is, dat de jongens deze keer niet spelen.","t02-tit-6":"De spelen in de open lucht.","t02-27-1":"27. Het **blindemannetje** (31) is ook heel vermakelijk; meisjes en jongens doen om beurten de **blinddoek** voor hun ogen en grijpen de onhandigen die zich laten vangen.","t02-28-1":"28. — Midden op het grasveld speelt men een echt Frans maar wat ruw spel: het is de **berin** (32) die veel luidruchtiger is dan het zo rustige spel van de **vlieger** (33) of zelfs dan het Engelse spel **tennis** (34) .","t02-29-1":"29. — Die laatste sport is de vreugde van de grote leerlingen. Onze leraren zelf beoefenen hem graag. Hij vraagt grote behendigheid met lenigheid en ik vind hem geweldig. Ik laat aan de meisjes de spelen met de **schommel** (35) .","t02-30-1":"30. — Ik houd niet van een ander Engels spel dat misschien gevaarlijk zou worden.","t02-30-1b":"Ik bedoel het **voetbal** (36) dat mijn oudere broer verheugt. Ik geef de voorkeur aan ons oude **barrenspel** (38) dat even gezond en werkelijk minder ruw is.","t02-tit-7":"Fietsen en balspel.","t02-31-1":"31. — Ook rijd ik graag met de **fiets** (37) om het grasveld heen.","t02-32-1":"32. — Volgend jaar zal ik het **paardrijden** (39) leren. Zo mooi is een paard dat sierlijk stapt of draaft, en dat in galop over de hindernissen springt!","t02-33-1":"33. — In de zomer leren wij de **zwemkunst** (40) . Wij duiken met genot en baden in het heldere en frisse water van de rivier. Soms laten wij ten slotte een papieren **ballon** (41) op die statig in de dampkring opstijgt, zodra hij met warme lucht gevuld is.","t02-34-1":"34. — Er zijn ook nog veel andere spelen, maar ik zou er geen einde aan vinden ze op te sommen en men beseft aan de hand van dit overzicht, dat men zich op donderdag niet erg verveelt op ons mooie grasveld.","t02-34-2":"N.-B. — *De onderwijzer zal dat hoofdstuk gemakkelijk aanvullen; door elk van de belangrijkste spelen uitvoeriger te beschrijven.*","t03-apar-1":"TABEL Nr. 3 Kinderjaren en jeugd.","t03-apar-2":"(De 3 e en 4 e tabellen zijn zo samengesteld dat zij in vier **familietaferelen** de wezenlijke begrippen over het **weer**, de **leeftijd**, het **gezin**, de **kleding** en de **stand** voorstellen.)","t03-tit-1":"*Eerste tafereel.*","t03-tit-2":"Doopplechtigheid in een dorp.","t03-tit-3":"De lente.","t03-c1-01-1":"1. — Wij zijn in de **lente**, in de maanden **maart**, **april** of **mei**, op de dagen van de **week**, **maandag**, **dinsdag**, of **woensdag**. Het is **tien uur** in de morgen.","t03-c1-02-1":"2. — Het **weer** is mooi, de **lucht** zuiver. De zon schijnt. Enkele **wolkjes** (2) stijgen op in de blauwe **hemel** (1) .","t03-c1-03-1":"3. — De **bomen** hebben nauwelijks **bladeren**. De ranke **populieren** (3) en de hoge **plataan** (17) hebben tot nu toe alleen knoppen.","t03-c1-04-1":"4. — De **zwaluwen** (4) keren terug en fladderen met vrolijk getjilp om de **spits** (7) van de **klokkentoren** (5) die de **kerk** (6) van het dorp bekroont.","t03-tit-4":"De kerk.","t03-c1-05-1":"5. — Heel eenvoudig is die kerk met haar grote **portaal** (13) en dikke **klok** (8) . De kleine **wijzer** (9) staat op het cijfer X, hij wijst de **uren** aan. De **grote** (10) staat op XII (middag); hij wijst de **minuten** aan.","t03-c1-06-1":"6. — In de klokkentoren luiden de **klokken** (11) vrolijk. Op de top van het dak staat een klein stenen **kruis** (12) .","t03-c1-07-1":"7. — De kerk heeft niet alleen een groot **portaal** (13) , zij heeft ook een zijdeurtje. Door dat deurtje komt mijnheer **pastoor** (15) in zijn **soutane** uit de **sacristie** (14) en gaat hij naar de **pastorie** (19) .","t03-c1-08-1":"8. — Naast hem staat de **melkvrouw** (24) met haar **ezel** (23) . Zij komt terug uit de stad, waarheen zij goede melk voor de kinderen bracht.","t03-tit-5":"De boomgaard.","t03-c1-09-1":"9. — Mijnheer Aliboron (de ezel) is heel tevreden over die ochtendrit. Hij ademt met genot de lucht in die gebalsemd is door de geur van de **bloemen** (20) die de **vruchtbomen** (18) van de naburige **boomgaard** bedekken. Helemaal roze en wit zijn die **perzikbomen** (18) en **abrikozenbomen** (19) , en zij doen een goede oogst hopen.","t03-c1-10-1":"10. — Intussen gaan de kleine **bijen** (22) van de **bijenkorf** (21) daarheen om zoemend hun zoete **honing** te roven.","t03-c1-11-1":"11. — Maar wat gebeurt er? Daar komen de kinderen van het dorp toelopen en de verschrikte **ganzen** (25) op de vlucht jagen. Dat is het uitgaan van de kerk van de stoet na het **doopsel** van de zoon van de notaris.","t03-c1-12-1":"12. — De kleine Jacob wordt in zijn **wieg** (26) wakker van het vrolijke luiden van de klokken, en zijn zusje Magdalena die ook de doopstoet wil zien, vraagt haar moeder te komen om haar haar te kammen en haar op de drempel van het huis aan te kleden.","t03-c1-13-1":"13. — De moeder stemt toe. Zij doet haar **hoofddoek** (28) , haar **lijfje** (29) en haar **schort** (30) aan, en zij komt op een klein stoeltje voor de deur zitten. Magdalena heeft alleen haar **onderrok** (31) en haar **korset** (32) aan.","t03-c1-14-1":"14. — Wat is zij gelukkig! Zij vergeet haar lievelingsbloemen, haar **anjers** (34) , waarop de **vlinders** (35) neerstrijken, haar **tulpen** (36) , haar **lelietjes-van-dalen** (37) , in **potten** (38) , op de **muur** (33) , en haar **rozen** (39) die zo’n mooie haag vormen. Zij bekijkt de rijke kleding van de dames van het gevolg.","t03-c1-15-1":"15. — De kinderen van het dorp letten niet zo op de kleding. Zij dringen naar voren en duwen elkaar om **snoepgoed** (55) of **muntstukken** (52) te krijgen. Een van hen huilt (40) .","t03-c1-16-1":"16. — De andere is op de poot van de **hond** (42) gestapt die jankend wegloopt en de **hen** (43) en haar **kuikens** (44) op de vlucht jaagt.","t03-tit-6":"De doopstoet.","t03-c1-17-1":"17. — Voor het gevolg loopt de **min** (45) . Zij heeft een mooie **muts** (46) met lange linten. Zij draagt de **pasgeborene** (47) helemaal in **kant** (48) gekleed.","t03-c1-18-1":"18. — Achter de min komen de **peter** (49) en de **meter** (53) . Zij delen het snoepgoed en de muntstukken uit. De peter heeft **handschoenen** (51) en een **hoge hoed** (50) . De meter houdt een mooi **boeket** (54) in de hand.","t03-c1-19-1":"19. — Achter hen zien wij de **oom** (56) en de **tante** (58) van het kind. De tante heeft een sierlijke **hoed** (59) , de oom een zwarte **geklede jas** (57) en een wit vest. Daarna komen de **neef** (60) en de **nicht** (61) . Deze laatste houdt bij de hand het **zusje** (62) van de pasgeborene, de kleine Bertha.","t03-c1-20-1":"20. — Het andere **broertje** (63) van Bertha loopt achteraan. Hij geeft een **bloedverwante** (64) de hand. De **vrienden** (65) van het gezin komen daarna.","t03-tit-7":"De toeschouwers.","t03-c1-21-1":"21. — Naast de stoet staat een **bedelaar** (66) die op zijn **kruk** (67) leunt. Hij vraagt een aalmoes.","t03-c1-22-1":"22. — Aan de andere kant staat een klein heel **beleefd** (68) jongetje. Hij groet en wenst « **goedendag** » aan de mensen die hij kent.","t03-c1-23-1":"23. — De dorpelingen zijn hun huizen uitgekomen om de doopstoet te zien. Wij zien een **boer** (69) met zijn **katoenen muts** en daarnaast een **boerin** (70) . Daarna een **oude vrouw** (71) die op haar **stok** (72) leunt. Ten slotte de **molenaar** (73) met zijn grote **vilten hoed** (74) en een jonge boerin op **klompen** (75) , die haar kindje leert lopen.","t03-c1-24-1":"24. — Dat tafereel is heel vermakelijk.","t03-tit-8":"*Tweede tafereel.*","t03-tit-9":"Openbaar feest.","t03-tit-10":"Watersport en roeiwedstrijden.","t03-c2-01-1":"1. — De **zomer** is gekomen. De hete zon van de maand **juni** (**juli** of **augustus**) spoort de jongelui aan om te baden en te roeien.","t03-c2-02-1":"2. — Op de rechteroever van de stroom kleden de roeiers zich uit om aan de watersport en de roeiwedstrijden deel te nemen.","t03-c2-03-1":"3. — Een van hen doet zijn **schoenen** (1) uit; hij maakt ze los (knoopt ze open). Zijn twee kameraden zijn al klaar. Voortaan hebben zij alleen hun **tricot** (2) en **zwembroek** (3) aan. Zij praten terwijl zij op hun vrienden wachten. Zij spreken over de kermis en het feest dat op de andere oever plaatsvindt.","t03-c2-04-1":"4. — Op de grond, naast hen, liggen de **kleren** van hun kameraden: een **paar** **laarsjes** (4) , **schoenen** (5) , **sokken** (6) , **vilten** (7) en **strooien** (8) hoeden en een **das** (9) .","t03-c2-05-1":"5. — Een van de jongelui heeft zorgvuldig zijn **jasje** (10) opgevouwen. Hij legt het op een handdoek, waarin zijn buurman weldra de twee **kledingstukken** zal wikkelen.","t03-c2-06-1":"6. — Een zesde jongen is te laat. Hij heeft nog zijn **pet** (11) op het hoofd. Hij heeft noch zijn **hemd** (12) , noch zijn **boord** (13) , noch zijn **manchetten** (14) uitgedaan. Hij houdt zijn **vest** (17) in de hand en heeft nog zijn **broek** (16) en **bretels** (15) aan. Hij zal zeker niet klaar zijn voor de volgende wedstrijd.","t03-c2-07-1":"7. — Naast de jongelui leidt een pad met aan weerszijden veel **distels** (18) naar de oever van de rivier, waar vader Jacob tussen het **riet** (19) het **vuurwerk** (20) klaarmaakt dat men ’s avonds zal afsteken.","t03-tit-11":"De wedstrijd.","t03-c2-08-1":"8. — Op de rivier maken enkele dames, die zich met hun parasols beschutten, een tocht in een **boot** (21) . Zij volgen de wedstrijd die heel boeiend is. In elke **jol** (22) roeien vier **roeiers** (24) uit alle macht, terwijl de **stuurman** (26) het **roer** (25) vasthoudt en de broze roeiboot bestuurt. De **riemen** (23) slaan in de maat op het water en de lichte boten varen met duizelingwekkende snelheid.","t03-c2-09-1":"9. — Enkele jongelui wedijveren, naast de pijler van de brug, om de prijs van de **sprietmast** (28) . Een van hen loopt voorzichtig over de buigzame en gladde mast om het kleine **vlaggetje** (29) te bereiken dat aan het uiteinde bevestigd is. Zijn ongelukkige **mededinger** (30) is in het water gevallen. Hij zwemt om aan land te komen.","t03-c2-10-1":"10. — Oudere jongelui houden een **steekspel (te water)** (32) naast de **kade** (33) . Al die spelen worden bijgewoond door een talrijk **publiek** (31) dat tegen de **leuning** van de **brug** (27) leunt en zich op de **oever** verdringt. Enkele toeschouwers keren zich echter om, om het spel van de **prijsmast** (45) te volgen of om het **gemeentebestuur** te bewonderen dat voor de **prijsuitreiking** komt.","t03-c2-11-1":"11. — Eerst lopen enkele **straatjongens** (35) voor de **muzikanten** (36) uit lopen; daarna komen de **burgemeester** (37) , de wethouders en de **gemeenteraad** van het stadje. Ten slotte lopen de **brandweerlieden** (38) .","t03-tit-12":"De kermis.","t03-c2-12-1":"12. — Talrijke mensen zijn op het **kermisplein** (39) . Men komt de verschillende **kramen** zien: de houten **paarden** (40) , het **circus** (41) waar de voorstelling al begonnen is; het **openbaar bal** (42) , waar de jongens en de meisjes van de stad het genoegen van het **dansen** smaken.","t03-c2-13-1":"13. — Achterin zien wij de **arena** (44) waar de dappere Spaanse **stierenvechter** tegen de woedende **stier** (45) strijdt, daarna de **rolschaatsbaan** (49) , de **schiettent** (46) waar men zich oefent in het gebruik van de **geweren** en in het schieten op de **schijf**.","t03-c2-14-1":"14. — Vlakbij staat het **kermistheater** (47) waarin men het **blijspel** en het **drama** speelt. Vlakbij staat de kraam van de **reus** (48) en van de **dwerg**. De **lengte** van de eerste is twee meter vijftien centimeter; de tweede is nauwelijks zo groot als een kind.","t03-c2-15-1":"15. — En helemaal achteraan staat de grote **menagerie** (50) met haar **wilde dieren**, haar **tijger** (51) met krachtige **klauwen**, haar **leeuw** (52) met dichte **manen**, haar twee **giraffen** (53) en haar **olifant** (54) die zo behendig zijn **slurf** gebruikt.","t03-c2-16-1":"16. — De **temmer** (55) die die dieren africht staat bij de deur van de kraam.","t04-apar-1":"TABEL Nr. 4 Volwassen leeftijd en ouderdom.","t04-tit-1":"*Eerste tafereel.* Het bruiloftsmaal.","t04-tit-2":"De herfst.","t04-c1-01-1":"1. — De jongelui zijn groter geworden. Een van hen, Jan, trouwt. Wij wonen het **bruiloftsmaal** bij dat de families van de echtgenoten om dezelfde tafel verenigt.","t04-c1-02-1":"2. — Wij zijn in de **herfst**, in de **maand september**. De koude wind van **oktober** en van **november** heeft het land nog niet van zijn groene loof beroofd. De avondlucht is lauw en geurig; daarom vindt het diner plaats onder de **veranda** (8) bij de tuin.","t04-c1-03-1":"3. — In de verte, op de **heuvel** (3) , ligt het huis van de ouders van Jan, een sierlijk **kasteel** (1) verborgen in het groen; mooie wijngaarden, die een uitstekende wijn opleveren, bedekken de helling van de heuvel. De wijnbouwer bewerkt en verzorgt ze.","t04-c1-04-1":"4. — Boven de wijngaarden vliegt een vlucht **patrijzen** (2) die verschrikt zijn door het naderen van de **jachtopziener** (5) . Deze doorzoekt, met zijn **geweer** onder de arm en een **weitas over de schouder**, het **struikgewas** (4) met zijn **hond** (6) . Hij houdt toezicht op het landgoed en belet de stropers het wild uit te roeien.","t04-c1-05-1":"5. — Buiten de **veranda** klimt een **leiwingerd** waaraan dichte **druiventrossen** (7) hangen.","t04-c1-06-1":"6. — De mooie herfstbloemen, die de **tafel** (16) versieren, zijn **chrysanten** (9) ; de **vader** (10) van de bruid heeft er een in het knoopsgat van zijn rok gestoken.","t04-c1-07-1":"7. — De maaltijd loopt ten einde. De **bediende** (11) begint de nagerechtschotels te brengen en zal weldra de verschillende delen van het couvert wegnemen, **lepels** (14) , **vorken** (12) , **messen** (13) , **schalen** (15) die men niet meer nodig heeft.","t04-tit-3":"De verwantschap.","t04-c1-08-1":"8. — Allen zien er vrolijk uit, en de glimlach waarmee de **moeder** (17) van de bruidegom haar kinderen aankijkt bewijst haar geluk.","t04-c1-09-1":"9. — Dat huwelijk verenigt twee rijke families van de streek. Jan, de **echtgenoot** (18) , is de **zoon** van een groot grondbezitter en hij wordt de **schoonzoon** van een bekwaam industrieel.","t04-c1-10-1":"10. — De **echtgenoten** zijn jong en toch waren zij al lang **verloofd**. De **jonge vrouw** (19) , Martha, is bekoorlijk in haar **witte jurk** versierd met oranjebloesem.","t04-c1-11-1":"11. — Haar **schoonvader** (20) is heel gelukkig zo’n lieve **schoondochter** te hebben, en de **schoonmoeder** (21) van Jan glimlacht als zij haar **dochter** zo mooi ziet.","t04-c1-12-1":"12. — Aan het uiteinde van de tafel zitten de overige **genodigden** (22) , **bloedverwanten, vrienden, neven, nichten**. Een **gerant** (23) , met een servet onder de arm, bedient hen ijverig.","t04-tit-4":"De vrienden.","t04-c1-13-1":"13. — Aan de rechterkant van de tafel zit een **jongedame** (24) , **vriendin** van de jonge bruid, daarna de **broer** van deze laatste, die haar **bruidsjonker** (25) is. Hij praat met zijn **bruidsmeisje** (26) zuster van de bruidegom en die door dat huwelijk de **schoonzuster** van Martha wordt. Zij is een bekoorlijk meisje. Zij heeft mooie **juwelen**, een **parelsnoer**, en een gouden **armband**.","t04-c1-14-1":"14. — Naast hen is de heer die opstaat en zijn glas heft een **vriend** (27) van het gezin. Hij is een van de **getuigen van de bruidegom**. Hij **brengt een heildronk uit**, drinkt op de **gezondheid** van de jonge echtgenoten en wenst hun een lang geluk. Hij draagt een gelegenheidskostuum, een rok met **lakschoenen** (28) . Hij begeleidt de **grootmoeder** (29) die **weduwe** is.","t04-c1-15-1":"15. — De jongeman in **rok** (31) , met een dun zwart snorretje, is de **zwager** (30) van Jan. Hij is een vooraanstaand ingenieur. Hij zit naast een heel sierlijke **jonge dame** (33) , de **oudere zuster** van Martha en de moeder van het lieve meisje dat, aan de arm van haar neef, een bloem komt aanbieden en hem **goedenavond** komt **wensen**. Die dame heeft heel mooie **oorbellen** en een sierlijk **kapsel**.","t04-c1-16-1":"16. — Het neefje, zo vreemd in zijn **kiel** (36) en zijn wijde **broek** (37) is heel beklagenswaardig. Hij is een **wees** (35) . Heel jong verloor hij zijn vader en zijn moeder. Zijn oom is zijn **voogd** (38) , en is vrijgezel gebleven om het arme kind op te voeden. Hij is een goedhartig man. Hij is een beetje kaal en heel bijziend; hij gebruikt een **knijpbril**.","t04-tit-5":"Het nagerecht.","t04-c1-17-1":"17. — Achter de gasten, op een tafel bedekt met een **tafellaken**, is het **nagerecht** (39) klaargezet. In een grote schaal ligt fruit: **perziken** (40) , **peren** (41) , **appels** (42) , **abrikozen** (43) en **druiven** (44) . Dichtbij, **ananassen** (45) , een mooie **taart** (46) , **likeurflessen** (48) en **champagne** (49) en ook stapels schone **borden** (47) .","t04-c1-18-1":"18. — De **oberkelner** (50) ontkurkt een **fles** (52) oude wijn met een **kurkentrekker** (51) . De **kurk** (53) lijkt erg moeilijk uit te trekken. Die oberkelner heeft een **servet** (54) onder de arm.","t04-c1-19-1":"19. — Na het diner zullen de heren naar de rookkamer gaan, en de dames zullen zich voor het bal gaan klaarmaken.","t04-tit-6":"*Tweede tafereel.* De verjaardag van grootvader.","t04-tit-7":"Het bezoek.","t04-c2-01-1":"1. — Tien jaar zijn voorbijgegaan, de ouders van Jan zijn oud geworden en houden veel van hun drie kleinkinderen, twee **kleinzoons** (2) en een **kleindochter** (3) . Omdat vandaag **de verjaardag van grootvader** is, komen de kinderen hun een gelukkige naamdag wensen.","t04-c2-02-1":"2. — De kleine Piet is nog heel jong, hij is pas drie jaar. Hij ziet de **kat** (1) naderen. Hij wil haar mooie zijdeachtige **vacht** en haar lange **staart** strelen, hij bedenkt niet, dat zich onder de sierlijke **poten** boosaardige spitse klauwen verbergen die hem misschien zullen krabben.","t04-c2-03-1":"3. — Zijn zusje Gabriëlle, dat hem de hand geeft, is veel ernstiger en Marcel met zijn grote **mantel** (4) en zijn leren **riem** (5) ziet er wat mannelijker uit, ondanks zijn korte broek die zijn **kousen** (6) laat zien.","t04-c2-04-1":"4. — Hun vader heeft zijn dikke **winterjas** (7) met **bontkraag** (8) aangetrokken en in zijn **zak** (9) heeft hij een sjaal. Zijn vrouw heeft haar vilten hoed met **veren** (10) op, haar **jasje** (11) , haar **bontboa** (12) en haar **mof** (13) .","t04-c2-05-1":"5. — Het is erg koud, want het is winter. De **sneeuw** (19) is de hele dag gevallen en de daken van de huizen zijn helemaal wit. Tegelijk met de **nacht** wordt de koude nog scherper. Aan de hemel schijnen de **maan** (17) en de **sterren** (18) en doorbreken **de duisternis**.","t04-tit-8":"De ziekte.","t04-c2-06-1":"6. — De arme **blinde** (20) die het plein oversteekt voor **de apotheek** (16) geleid door zijn **poedel** (21) , is erg ongelukkig. Justine, de **dienstbode** (14) , brengt uit de keuken een **kom** (15) erg warme **kruidenthee** die rijkelijk gesuikerd is.","t04-c2-07-1":"7. — De **grootmoeder** (23) die haar **lorgnet** (26) op de tafel wil zoeken, om het **recept** (27) te lezen dat de **dokter** (25) zojuist heeft geschreven, staat op uit haar leunstoel en steunt daarbij op haar **stok** (24) .","t04-c2-08-1":"8. — Dikwijls lijdt zij aan **ongesteldheden, duizelingen, verkoudheden, kiespijn**, haar benen zijn zwak en haar ogen zijn niet meer zo goed. Toch spot zij graag met haar oude **dokter** die haar altijd een **drankje** (28) wil voorschrijven. Vandaag is zij heel vrolijk omdat zij haar jonge familie om zich heen heeft.","t04-c2-09-1":"9. — Het is behaaglijk in de goed gesloten kamer. In de marmeren **schoorsteen** (29) vlamt een **prachtig vuur** (30) , en men voelt zich gelukkig in het zachte **licht** van de **lamp** (31) die men zojuist heeft aangestoken.","t04-tit-9":"De grootvader.","t04-c2-10-1":"10. — Zelfs de **grootvader** (33) is vergeten, dat hij ziek was, dat zijn **reumatiek** hem aan zijn **leunstoel** (34) kluistert en dat hij gisteren nog **koorts en flauwtes** had. Hij herinnert zich niet meer, dat hij de afgelopen winter aan **longontsteking** leed en dat een schorre en pijnlijke **hoest** hem heel deed lijden.","t04-c2-10-2":"En toch werd hij erg moeilijk genezen. Voortaan gaat het hem wat beter. Maar zijn been dat hij op een **kussen** (38) legt dat op een klein **krukje** (39) staat doet hem ook pijn.","t04-c2-11-1":"11. — Wanneer hij zorgvuldig gewikkeld is in zijn warme **kamerjas** (35) met dikke paarlemoeren **knopen** (36) en wanneer hij naast zich, om hem de krant voor te lezen, het kleine **weesmeisje** (40) heeft dat een witte **muts**, een blauwe **jurk** (42) en een **pelerine** (41) draagt, klaagt hij niet.","t04-c2-12-1":"12. — Elk jaar, wanneer de **kalender** (43) opnieuw de **datum** van de eerste **december** aanwijst, wacht hij ongeduldig op zijn **kleinkinderen**, want hij weet, dat zij die belangrijke **datum** niet zullen vergeten.","t04-c2-13-1":"13. — Hij herinnert zich met ontroering de heel lang vervlogen tijd toen hij persoonlijk de roemrijke keizerlijke **maarschalk** een gelukkige naamdag kwam wensen, wiens **portret** (44) aan de muur hangt, en die de **overgrootvader** van zijn kinderen is.","t05-apar-1":"TABEL Nr. 5 Het huis en de bouw ervan.","t05-tit-1":"Een gelukkige ontmoeting.","t05-01-1":"Jan. — Oom, ik zou heel graag willen weten hoe men een **huis** bouwt.","t05-01-2":"De oom (80) . — Dat is heel gemakkelijk, mijn jongen, kom met mij mee, ik zal je het huis laten zien dat mijnheer Bernard (79) laat bouwen en dat ik zal bewonen.","t05-01-3":"Jan. — Wie heeft dan het **plan** (76) van dit huis getekend?","t05-01-4":"De oom. — **De architect** (75) ; hij heeft een heel duidelijke tekening voorgelegd die goedgekeurd werd, en **de aannemer** (77) is met de werken begonnen.","t05-01-5":"Jan. — Wie is dan de aannemer?","t05-01-6":"De oom. — Hij is mijnheer De Wit, de vader van je vriend Jacob. Hij leidt de werklieden samen met mijnheer De Rooij, de architect.","t05-01-7":"Kijk! juist op tijd komt mijnheer De Wit met zijn **duimstok** (78) , en mijnheer De Rooij met zijn plan.","t05-01-8":"Goedendag, heren. Hoe gaat het met u?","t05-01-9":"Mijnheer De Rooij. — Heel goed, dank u. Goedendag, Jan, wat is dat kind gegroeid!","t05-01-10":"De oom. — Ja, werkelijk, hij is een kleine man. Hij is heel ernstig, men moet hem over alles wat hij ziet inlichten. Vandaag zou hij willen weten hoe men een huis bouwt.","t05-tit-2":"De werklieden.","t05-01-11":"Mijnheer De Wit. — Wel, kom met mij mee, vriendje, ik zal het je dadelijk uitleggen, want ik houd veel van kinderen die zich willen onderrichten.","t05-01-12":"Je ziet die werkman die een **schop** (82) in de hand houdt: hij is een **grondwerker** (81) . Hij graaft een **sleuf** (46) om de waterleiding te leggen. Hij heeft ook de grond uitgegraven op de plaats waar het huis staat, opdat de metselaar de vier **muren** zou optrekken. Het deel van die muren dat in de grond zit wordt **fundering** (2) genoemd. De ruimte die tussen de funderingen ligt vormt de **kelder** (3) . Die kelder heeft een klein raam dat **keldergat** (5) heet, een **deur** (4) en een trap.","t05-01-13":"De **metselaar** (108) is doorgegaan met het bouwen van de muren en heeft openingen gelaten voor de **deuren** (8) en de **ramen** (17) .","t05-01-14":"Jan. — Maar die metselaar zie ik niet!","t05-01-15":"Mijnheer De Wit. — Nu is hij klaar met werken in het huis. Hij staat bij de **paardenstal** (54) , op zijn **steiger** (110) , hij bouwt de muur van het **washuis** (56) .","t05-01-16":"Hij heeft een truweel, een kuip en een **schietlood** (109) . Maar die namen zul je niet onthouden.","t05-01-17":"Jan. — Zeker wel, want ik zal dadelijk aan mijn oom een klein truweel en een kuip vragen, en ik zal zelf een schietlood met een touwtje maken.","t05-tit-3":"Het materiaal.","t05-01-18":"De oom. — Ha! heel goed. Maar zeg mij eens, Jan, wat heeft men nodig om een huis te bouwen?","t05-01-19":"Jan. — Men heeft **hardsteen** (59) en **mortel** (65) nodig.","t05-01-20":"De oom. — Juist, zie die man, met een grote hoed, op zijn **kar** (136) . Hij is een **voerman** (135) . Elke dag brengt hij hier **steenblokken** (60) . Hij laadt zijn wagen af op de binnenplaats, en de **steenhouwers** (83) bekappen de blokken en zagen ze met hun **steenzaag** (85) . Een **opperman** (146) draagt ze naar de metselaar die ze op hun plaats legt.","t05-01-21":"Intussen maakt de **mortelmaker** (87) de mortel klaar. Hij heeft **zand** (62) , **kalk** (63) en **water** (64) nodig. De kalk staat naast hem in een **zak** (71) , een **metselaarsknecht** (111) brengt hem het zand op een **kruiwagen** (112) en de **leerjongen** (113) staat bij de pomp (58) . Hij vult een **emmer** (114) . De mortel is weldra klaar. De **morteldrager** (107) neemt hem en draagt hem langs de ladder omhoog, op de steiger, waar een metselaar werkt die die zijde van het huis afmaakt.","t05-01-22":"En nu, hoe wordt de werkman genoemd die het **dak** (31) maakt?","t05-01-23":"Jan. — Hij is een **dakdekker** (118) .","t05-tit-4":"Het dak van het huis.","t05-01-24":"Mijnheer De Wit. — Ja, maar eerst komt de **timmerman** (115) .","t05-01-25":"De timmerman maakt het **dakgebint** (35) . Hij verbindt de **balken** (37) met **houten pennen** (117) . Die werklieden, daarboven, met hun wijde fluwelen broeken, zijn timmerlieden. De een houdt een balkje vast, en de ander zaagt een pen af met zijn **bijl** (116) . Degene die bij de **schoorsteen** (41) staat is de dakdekker. Hij spijkert latten op de (*) balken, en **leien** (66) op de latten. Soms legt hij dakpannen.","t05-01-26":"Het dak van de paardenstal is met **dakpannen gedekt** (55) , dat van het huis met **leien** (32) en dat van de veranda is van **zink** (24) .","t05-01-27":"Jan. — Maakt de dakdekker ook de zinken daken?","t05-01-28":"Mijnheer De Wit. — Nee, maar de **zinkwerker** (121) of de **loodgieter**, degene die een **dakvenster** (38) op het dak van het huis plaatst. Hij plaatst ook de **regenpijpen** (43) en de **dakgoten** (42) . Hij soldeert het zink en het blik. Hij heeft de **bliksemafleider** (40) en de **windwijzer** (39) op de **geveltop** (36) bevestigd.","t05-01-29":"Jan. — Is het huis dan afgebouwd?","t05-tit-5":"Het gereedschap.","t05-01-30":"Mijnheer De Wit. — Niet helemaal. De **stukadoor** (99) bouwt met **bakstenen** (61) de scheidingswanden die het in verschillende kamers verdelen. Met **gips** (70) bepleistert hij de **plafonds** (26) en de muren. Nu bewerkt hij het plafond van de **veranda** (33) . Hij heeft, zoals de metselaar, een **truweel** (100) en een **kuip** (101) .","t05-01-31":"Daarna maakt de schrijnwerker de deuren, de ramen, de **parketvloeren** (16) en de **blinden** (19) .","t05-01-32":"Nu werkt hij op de binnenplaats aan zijn **werkbank** (90) . Hij heeft een **zaag** (94) om het hout (69) te zagen, een **schaaf** (91) , een **klemschroef** (92) , een **beitel** (94 bis) , een **passer** (95) , en een houten **hamer** (95 bis) .","t05-01-33":"Jan. — Ha! maar schrijnwerken is leuker dan metselen. Oom, u zult voor mij een werkbank, een zaag en een schaaf kopen, want ik zal weldra een hok voor Medor maken.","t05-01-34":"De oom. — Ja, jongen.","t05-01-35":"Jan. — Wat ben ik blij! En wie is degene die bij de voordeur staat?","t05-tit-6":"Het schilderen.","t05-01-36":"Mijnheer De Wit. — Hij is een **schilder** (102) . Hij staat op zijn ladder met een pot **verf** (103) en zijn **kwast** (104) . Hij schildert het hout van de voordeur om het langer te bewaren.","t05-01-37":"Hij plakt ook het behang in de vertrekken.","t05-01-38":"De **stoffeerder** (107) die op een **ladder** (106) staat, op het **balkon** (28) , brengt een **zonnescherm** (29) aan.","t05-01-39":"De werkman die bij het grote raam staat is de **glazenmaker** (96) . Hij zet de **ruiten** (18) vast met **stopverf** (73) . Die andere werkman, geknield bij de kelderdeur is een **slotenmaker** (97) . Hij plaatst een **slot** (6) . Zijn **vijl** (98) ligt naast hem.","t05-01-40":"Jan. — Is die werkman die met zijn **hamer** (84) op een ijzerwerk slaat ook een slotenmaker?","t05-01-41":"Mijnheer De Wit. — Juister gezegd, hij is een smid (125) . Hij smeedt **ijzerwerk** (67) voor de **elektricien** (124) die op het dak van het **koetshuis** (51) staat. Hij heeft een **smidse** (126) , een **aambeeld** (127) en een **tang** (128) .","t05-01-42":"De elektricien bevestigt de **koperen** (44) **draad** van de telefoon.","t05-tit-7":"Het tuinieren.","t05-01-43":"De oom. — Achterin de **binnenplaats** (45) , bij het **hek** (47) en de **poort** (48) zie je de **tuinman** (129) . Hij maakt het **tuintje** (49) klaar. Hij heeft de grond omgespit met zijn **spade** (131) , hij zaait zaden en harkt met de **hark** (130) . Daarna zal hij met zijn **gieter** (132) de **bloembedden** (50) begieten en de planten zullen groeien.","t05-01-44":"De **stalknecht** (133) die zojuist het paard verzorgd en het voer gegeven heeft maakt het **rijtuig** (52) schoon met een spons, een **handpomp** (134) en een emmer water. Daarna zal hij het weer in het koetshuis rijden en de deur sluiten met de dikke **grendel** (53) .","t05-01-45":"Ziezo, je bent tevreden, denk ik, je hebt genoeg uitleg gekregen.","t05-01-46":"Jan. — Ja, oom, maar ik zou graag de binnenkant van het huis zien.","t05-01-47":"De oom. — Dat zal morgen gebeuren. Mijnheer De Rooij zal je het plan uitleggen en je de naam van elke kamer noemen.","t05-tit-8":"Inwendige indeling van het huis.","t05-apar-2":"*(Zie het plan.)*","t05-01-48":"De architect. — Kom, Jan, ik zal je dadelijk de verschillende delen van het huis laten verkennen.","t05-01-49":"Laten wij de **begane grond** (7) binnengaan. Dit is de knop van de **schel** (11) . Wij gaan de drie **treden** (14) van het **bordes** (9) op, wij overschrijden de **drempel** (10) van de **voordeur** (8) en dan staan wij aan de voet van de **trap** (13) .","t05-01-50":"Jan. — Dat is de gang.","t05-01-51":"De architect. — Nee, dat is de **vestibule** (12) . De **gang** (a) is aan het uiteinde. Rechts liggen de **salon** (b) en de **eetkamer** (c) , tegenover de eetkamer zijn de **keuken** (d) en de **dienstkamer** (e) , daarna vooraan het **studeervertrek** (f) . De **veranda** (23) met haar **glazen deur** (25) ligt naast de salon.","t05-01-52":"Wij zullen dadelijk de trap opgaan. Houd je vast aan de **leuning** (15) en tel de treden. Het zijn er veertien. We staan op de **overloop** (m) , wij zijn op de eerste **verdieping** (27) .","t05-tit-9":"De eerste verdieping.","t05-01-53":"Tegenover de trap zijn het **privaat** (20) en het **toiletkamertje** (j) . Rechts een mooie **slaapkamer** (g) met twee ramen aan de **gevel** (1) van het huis. Links zijn de **badkamer** (1) en de **logeerkamer** (i) met een grote **alkoof** (h) : Naast de slaapkamer is de **kinderkamer** (k) . Zij grenst aan een ruim **terras** (21) . Onder dat terras is nog een privaat (20) en aan de muur hangt de **bel** (22) die voor het diner luidt.","t05-01-54":"Jan. — Laten wij naar de **tweede verdieping** gaan.","t05-01-55":"De architect. — Er bestaat geen tweede verdieping. Onder het dak zijn alleen **mansardekamers** (33) en de zolder (34) . Wij zijn klaar met de verkenning, wij kunnen weer naar beneden gaan.","t05-01-56":"Jan. — Dank u, mijnheer, dat is heel boeiend. Ik zal dadelijk aan mijn vader alles vertellen wat ik gezien heb.","t06-apar-1":"TABEL Nr. 6 Het huis van binnen, het meubilair, de voeding, de verlichting.","t06-apar-2":"Het huis is afgebouwd. De oom van Jan is in zijn nieuwe woning geïnstalleerd, waarvan wij de indeling kennen. Laten wij nu zien hoe hij zijn huis gemeubileerd heeft. Wij zullen eerst verkennen:","t06-tit-1":"De slaapkamer.","t06-c1-01-1":"1. — Wij komen ongelegen, want de kamenier is bezig de **kamer** schoon te maken.","t06-c1-02-1":"2. — Op de **wastafel** (1) liggen hier en daar verschillende voorwerpen waarmee men zich wast, zich kamt, kortom zijn toilet maakt. Het zijn de **waskom** (2) en de **waterkan** (3) , de **haarborstel** (4) , de **kam** (5) , de **zeep** (6) en de **spons** (7) , ten slotte een **flesje** (8) voor het vloeibare tandmiddel.","t06-c1-03-1":"3. — Op de grond, voor de wastafel staat de **emmer** (9) om het vuile water op te vangen.","t06-c1-04-1":"4. — Wij zien in de **voorkamer** (10) enkele **kapstokhaken** (13) en twee **paraplu’s** (11) in de **parapluhouder** (12) .","t06-c1-05-1":"5. — Aan de andere kant van de deur staat de **spiegelkast** (14) die het **linnengoed** (15) bevat.","t06-c1-06-1":"6. — Laten wij ervan profiteren dat de **kamenier** (16) het **bed** (17) opmaakt, om de verschillende delen ervan te verkennen. Het **ledikant** (20) bevat een goede **springveren matras** (21) waarop Justine dadelijk een wollen **matras** (22) zal leggen. Daarna zal zij van de stoelen de twee **lakens** (23) en de **deken** (24) nemen. Dan zal zij op het hoofdeinde het **dwarskussen** (25) en het **hoofdkussen** (26) leggen die met het **dekbed** (27) op het **beddenkleed** (32) liggen. Zij gebruikt een plumeau om de **gordijnen** (19) en de **bedhemel** (18) af te stoffen, en zo is een deel van het werk klaar.","t06-c1-07-1":"7. — Dan zal zij het **nachtkastje** (28) wat moeten opruimen, de **wekker** (29) opnieuw opwinden, het **nachtlampje** (30) klaarmaken, de **kaars** (31) wegnemen om de kandelaar schoon te maken.","t06-tit-2":"Het werkmandje en het haardgerei.","t06-c1-08-1":"8. — Het **werkmandje** (34) naast het **krukje** (33) moet ook heel nodig opgeruimd worden. Zij zal de **borduurwerken** (35) moeten opvouwen, in het **werktafeltje** (38) de **vingerhoed**, de **draad** (36) , de **naalden** (37) en de **schaar** (39) opbergen en met de **sleutel** (40) het deksel van het tafeltje sluiten.","t06-c1-09-1":"9. — Op het **eenpotige tafeltje** (41) in het midden zal Justine het water van de **karaf** (42) verversen. Zij zal **suiker** in het **suikerpotje** (43) doen, het **suikertangetje** (44) schoonmaken en de **kleerborstel** (46) wegnemen.","t06-c1-10-1":"10. — De rechterkant van de kamer zal minder werk van haar vragen, want de **chaise longue** (47) en haar **kussen** (48) staan op hun juiste plaats, en, omdat het geen koud weer is, is niets verplaatst tussen het gerei van de **schoorsteen** (49) . De **schop** (50) , de **tang** (51) , de **haardijzers** (55) , het **ashek** (56) zijn schoon; het **vuurscherm** (54) is niet verplaatst en de **houtbak** (52) is goed voorzien van **brandhout** (53) .","t06-c1-11-1":"11. — Toch zal zij de **pendule** (57) , de **kandelabers** (58) en de **prullenbakjes** (59) moeten afstoffen, ten slotte de **spiegel** (60) afvegen.","t06-c1-12-1":"12. — Wat de **wieg** (61) van het kindje (van de babo (*) ) betreft, die staat al klaar.","t06-tit-3":"De salon.","t06-c2-01-1":"1. — Nu gaan we de salon binnen. Het is een heel mooie **kamer**. De schoorsteen, die in de rechterhoek staat is versierd met een fijn **beeldje** (1) , met twee mooie **vazen** (3) en gedrapeerd met een fluwelen **schoorsteenval** (2) (*) .","t06-c2-02-1":"2. — Om te beletten dat de vonken van de haard het tapijt in brand steken, heeft men voor de haard een koperen **vonkenscherm** (4) gezet.","t06-c2-03-1":"3. — Dichtbij staat een sierlijk **schrijftafeltje** (5) voor dames open. Daaraan schrijft de **vrouw des huizes** (23) haar brieven.","t06-c2-04-1":"4. — Het raam is voorzien van **vitrages** (6) met **koorden** (8) die aan **haken** (7) bevestigd zijn en van stoffen overgordijnen **die bovenaan gedrapeerd** zijn (9) .","t06-c2-05-1":"5. — In de vensternis bevat een **sierpot** (11) een groene **plant** (10) , een prachtige palmboom waarvan de bladeren zich bijna tot aan de **petroleumlamp** (12) uitstrekken.","t06-c2-06-1":"6. — De **lampenkap** (13) van de lamp is geschikt door Maria, het bekoorlijke **meisje** (14) dat aan de piano (15) zit. Heel recht op het **krukje** (16) zittend, studeert zij een muziekstuk. Zij is heel bekwaam en zorgvuldig, zoals haar **muziekkast** (17) bewijst die volmaakt opgeruimd is.","t06-tit-4":"De deugniet.","t06-c2-07-1":"7. — Haar broer, Paul, zoekt een **boek** (19) in de **boekenkast** (18) . Hij is een **jongen** (20) , woelig en onuitstaanbaar. Terwijl hij zich aan de boekenkast optrekt om het boek te bereiken dat te hoog staat, loopt hij gevaar de **buste** (21) te laten vallen die erboven staat.","t06-c2-08-1":"8. — Hij maakt van de gelegenheid gebruik om die dwaasheid te doen, omdat zijn moeder bezig is te praten met een vriendin, een **dame** (22) die enkele dagen bij haar kwam doorbrengen. De moeder zit op een **canapé** (24) naast de **leunstoel** (25) , en haar vriendin zit op de **stoel** (27) waarvan men alleen de **rugleuning** (26) ziet.","t06-c2-09-1":"9. — De grote **lijst** (30) die aan de muur hangt bevat het **portret** (29) van een bloedverwante. In het **album** (32) dat op de tafel ligt zijn de **foto’s** (33) van de overige familieleden verzameld. De kinderen hebben het zojuist doorgebladerd, want de **stoelen** (31) staan nog om de tafel gegroepeerd.","t06-c2-10-1":"10. — De porseleinen **Chinese vaas** (34) , die naast de **briefopener** (35) staat werd aan Maria voor haar naamdag geschonken, en het **kamerscherm** (36) dat de hoek van de kamer siert werd door haar oom uit China meegebracht.","t06-c2-11-1":"11. — Opgevrolijkt door de prachtige **schilderijen** (37) die aan de **wand** (42) hangen, verlicht door de **plafondluchter** (38) , waarvan de **elektrische lampen** (39) ’s avonds vrolijk schijnen, ziet die salon er heel aangenaam uit. Het zachte **tapijt** (40) dat op het parket ligt, en de zo gemakkelijk te gebruiken **elektrische bel** (41) , voltooien het comfort ervan.","t06-tit-5":"De eetkamer.","t06-c3-01-1":"1. — Het dineruur heeft geslagen. Het hele gezin, behalve Maria, is om de tafel verzameld. De eetkamer wordt aangenaam verwarmd door de uitstekende **kachel** (1) van aardewerk, met een dunne **pijp** (2) .","t06-c3-02-1":"2. — Die kamer bevat niet veel meubels. Langs de muur hangt, boven het **bankje** (4) , een sierlijk **fonteintje** (3) . Vlakbij staat het **buffet** (5) waarop men de koude spijzen, de nagerechtschotels, en het verschillende tafelgerei zet dat men niet dadelijk nodig heeft.","t06-c3-03-1":"3. — Zo zien wij op de bovenste plank een **gebraden kip** (7) , een **vis** (8) en een **schaal** (10) met **vruchten** (9) . Daaronder liggen de **kaas** (11) , het **brood** (12) , het **olie-en-azijnstel** (13) dat alles bevat wat men nodig heeft om de sla aan te maken: de olie, de azijn, het **zout** (14) en de **peper** (15) . Ten slotte staat op de onderste plank een **taart** (17) naast het **mosterdpotje** (16) .","t06-c3-04-1":"4. — De klok van de eetkamer, die men **wandklok** (20) noemt, heeft een heel bijzondere vorm. Zij is in een houten lijst gevat die bovendien een **barometer** (19) en een **thermometer** (18) bevat.","t06-tit-6":"Het opdienen van het diner.","t06-c3-05-1":"5. — Tegen alle muren van de kamer zijn **houten panelen** (21) van gewaste eik aangebracht. Een stoffen **deurgordijn** (22) sluit voldoende de deur af die toegang geeft tot de veranda. Daar zal het gezin na het diner de koffie gaan drinken. Al staan de **kopjes** (24) en de **schoteltjes** (25) klaar op het **dientafeltje** (23) .","t06-c3-06-1":"6. — Boven de tafel is aan het plafond een **hanglamp** (26) bevestigd waarvan de heel heldere lamp ’s avonds de hele eetkamer verlicht.","t06-c3-07-1":"7. — Laten wij nu de **eettafel** (27) zelf verkennen. Toen het gezin binnenkwam, stond het couvert klaar. Op het **tafellaken** (28) was op de plaats van elke disgenoot een **bord** (33) , een **servet** (29) , een **lepel** (34) , een **vork** (35) , een **mes** (36) en een **glas** (32) gelegd. Er waren ook **flessen** (30) voor de wijn en een **karaf** (31) voor het water.","t06-c3-08-1":"8. — De **bediende** (39) heeft eerst de **soepterrine** (37) gebracht, waarin nog wat soep dampt. Nu dient hij de eerste **schotel** (38) op, een vleesschotel. Daarna zal hij die opdienen welke wij al genoemd hebben, ten slotte, na de **nagerechtschotel**, zal hij ervan profiteren dat zijn meesters de veranda zullen zijn binnengegaan, om het tafelgerei weg te nemen en de eetkamer weer op te ruimen.","t06-c3-08-2":"*Nota.* — *De gangbare woorden betreffende de voeding worden hier heel beknopt aangegeven. De lijst zal aangevuld worden op de twee tabellen « Het Hotel » (nr. 13) en « De Markt » (nr. 15).*","t06-tit-7":"De keuken.","t06-c4-01-1":"1. — In de keuken, die wij door de halfopen deur beginnen te bekijken, zien wij een schilderachtige wanorde. Voor de **haard** (1) waarin een **vuur** (3) knettert, staat een **braadspit** (5) . Een mooi **gebraad** (7) is **aan het spit geregen** (6) en gaart verder.","t06-c4-02-1":"2. — De **blaasbalg** (8) en de **kolenschop** (9) , die men zojuist gebruikt heeft, zijn op de grond blijven liggen evenals het **brandhout** (10) .","t06-c4-03-1":"3. — De schoorsteenmantel is opgeruimd; de **lantaarn** (11) , het **luciferdoosje** (13) , waarin de **lucifers** (12) zitten, de **kandelaar** (14) en het **blakertje** (15) met een **kaars** (16) staan op hun plaats. Maar de grote **kolenemmer** (18) , vol **steenkool** (17) die de **keukenmeid** (23) zojuist in de kelder gevuld heeft, is midden in de keuken blijven staan.","t06-c4-04-1":"4. — Werkelijk, de arme vrouw moet zich haasten opdat het middagmaal op tijd klaar zou zijn. Nu staat zij bij het **keukenfornuis** (19) en roert een **saus** (24) die niet te veel mag aanbranden.","t06-c4-05-1":"5. — In de **oven** (20) bakt een taart, die zij voor het vieruurtje van de kinderen heeft klaargemaakt. Boven het keukenfornuis hangen de **pollepel** (21) en de **schuimspaan** (22) .","t06-tit-8":"Het vaatwerk.","t06-c4-06-1":"6. — Het **keukengerei** (25) , dat achterin de kamer hangt, is heel schoon. De mooie koperen **kastrollen** (26) , de **melkkan** (27) , het **zeefje** (28) en de **rasp** (29) zijn zorgvuldig schoongemaakt.","t06-c4-07-1":"7. — De **zoutdoos** (30) staat op de vaatkast naast de **theepot** (31) , en de **grote oliefles** (32) . De **lade** (33) bevat waarschijnlijk het eetgerei en de keukenmessen.","t06-c4-08-1":"8. — De **bezem** (34) en de **plumeau** (35) staan in een hoek. De keukenmeid heeft zojuist het **hakblok** (36) gebruikt, zij heeft het bij het raam laten staan.","t06-c4-09-1":"9. — Een **handdoek** (37) hangt aan de muur, naast de **trechter** (38) . In dat deel van de keuken zijn de **rooster** (39) , het **hakmes** (40) en de **hakplank** (41) weggeborgen. Daarna staan, boven het hakmes, op een **plank** (42) , **potten** (43) , de **kookpot** (44) met zijn **deksel** (45) en de **marmiet** (46) . De **koekenpan** (47) hangt dichtbij.","t06-c4-10-1":"10. — Alleen de koperen **kraan** (48) werpt een glans in die hoek. De **gootsteen** (49) waarop de dikke **kruik** (50) staat, is waarschijnlijk heel handig met zijn kleine kast, waarin men het **azijnvaatje** (51) bewaart dat van zijn **kraantje** (52) voorzien is, de **afvalbak** (53) en de **vuile borden** (54) .","t06-tit-9":"Andere voorwerpen in de keuken.","t06-c4-11-1":"11. — De **tobbe** (55) waarin men de **groenten** (58) wast en de gietijzeren **ketel** (56) die op de **tegelvloer** (57) staat hebben waarschijnlijk ook hun plaats in die kast.","t06-c4-12-1":"12. — De keukenmeid heeft zeker geen gebrek aan fornuizen, want op de hoek van de tafel staat ook nog een **gasstel** (59) waarop water in een kleine kastrol warm wordt. De **stoom** (60) die eruit ontsnapt wijst ons erop, dat het waarschijnlijk kookt. Waarschijnlijk zal dat water voor de koffie gebruikt worden, want aan het andere uiteinde van de tafel staan de **koffiekan** (64) en de **koffiemolen** (63) .","t06-c4-13-1":"13. — Het stel is met de **gasbrander** (62) verbonden door een lang **rubberen slangetje** (61) .","t06-c4-14-1":"14. — De **werkster** (66) die de keukenmeid komt helpen, maakt de groenten voor het diner klaar. Wanneer zij geschoond en gewassen zullen zijn, zal zij ze in het **bekken** (65) leggen in afwachting van het uur om ze te koken.","t06-tit-10":"De badkamer. *(Badvertrek.)*","t06-c5-01-1":"1. — Ons rest nog maar één onbescheidenheid te begaan om de voornaamste kamers van de woning te leren kennen: de inrichting van de badkamer te zien. Dat zal niet veel tijd vragen, want zij is niet groot, en wij zullen snel weten dat de **badkuip** (1) een goede **geiser** (2) heeft, dat het **zeepbakje** (3) binnen het bereik van de hand van de bader is en dat het **handdoekenrek** (5) de **handdoeken** (4) zeker gemakkelijk zal laten drogen.","t06-c5-02-1":"2. — Die kamer heeft haar wanden bedekt met **tegelwerk** (6) , dat het mogelijk maakte een **douchetoestel** (7) te plaatsen zonder enigszins te vrezen dat het water, dat tijdens het gebruik ervan terugspat, de muren zou beschadigen. Een zinken **teiltje** (8) dat voor de voetbaden dient, maakt het meubilair compleet.","t07-apar-1":"TWEEDE REEKS TABEL Nr. 7","t07-tit-1":"*Eerste tafereel.*","t07-tit-2":"Het dorp in de winter.","t07-c1-01-1":"1. — Tijdens de nieuwjaarsvakantie vergezelde ik mijn vader naar Nieuwstad, een dorpje waar hij enkele handelszaken moest afhandelen.","t07-c1-02-1":"2. — Wij namen de **postkoets** (11) die tussen de stad en dat vlek rijdt; maar omdat het erg koud was, was die reis in een weinig comfortabel voertuig niet erg aangenaam.","t07-c1-03-1":"3. — Daarom voelden wij een waar genoegen toen wij de **koetsier** zijn rijtuig op het plein zagen stilhouden, voor de **herberg** (2) van de *Witte Beer*. **De herbergier** (4) stond ons op de drempel van zijn huis op te wachten, rustig zijn **pijp** rokend.","t07-c1-03-2":"Hij nodigde ons uit binnen te komen en ik liet mij niet bidden om mij voor het takkenvuur te installeren dat in de haard knetterde. Toen lachte ik hartelijk om de scherpe **noordenwind** die het oude **uithangbord** (3) doet knarsen en die **de rook** (1) in zwarte wervelingen wegvoerde die uit de schoorsteen kwam.","t07-c1-04-1":"4. — Het was het uur van het middagmaal. Zonder langer te wachten aten wij met smaak de eenvoudige maar smakelijke maaltijd die men ons opdiende (*) .","t07-tit-3":"Enkele bezoeken.","t07-c1-05-1":"5. — Na het middagmaal vergezelde ik mijn vader, die verzekeringsagent is, bij zijn klanten. Eerst bezochten wij de **smid** (5) , die naast de herberg woont. Hij was bezig een paard te beslaan. Ik bewonderde de stevigheid van zijn maat die op zijn leren schort de **hoef** van het paard stevig vasthield, terwijl de smid het **hoefijzer** (6) met krachtige hamerslagen bevestigde.","t07-c1-06-1":"6. — Daarna gingen wij naar de **schoenmaker** (7) van het dorp, de oude Jacob. Hoewel hij als uithangbord een prachtige **laars** heeft, stelde hij zich tevreden met het verzolen van een oud paar doorgesleten schoenen.","t07-c1-06-2":"De oude man zei lachend tegen ons: « In de stad was ik “schoenmaker” en ik had geen klanten. Hier ben ik “schoenlapper” en het werk is veel. »","t07-c1-07-1":"7. — Hij sprak ons over zijn buurman de **barbier** (8) , wiens klanten niet tevreden zijn. Zijn **scheermessen** zijn altijd geschaard en zijn **scharen** knippen nooit goed. Maar omdat hij de enige barbier van het dorp is, is men natuurlijk gedwongen zich door hem te laten scheren en zijn haar te laten knippen. Overigens is hij een gierig en onvriendelijk man.","t07-c1-08-1":"8. — Gelukkig lijken de overige **buren** niet op hem. Bijvoorbeeld de **wagenmaker** (9) is een goedhartig man, vlijtig en behulpzaam. Het is een genoegen door hem een rijtuig te laten herstellen. Zijn werk is altijd afgewerkt.","t07-c1-09-1":"9. — De oude Jacob klaagde ook niet over de **zadelmaker** (10) , die hij soms helpt om het **tuig** te naaien wanneer het werk dringt.","t07-c1-09-2":"Mijn vader vroeg hem naar zijn familie: « Iedereen maakt het goed. Mijn kleindochter zit op **school** (12) . Haar **onderwijzeres** (13) is heel tevreden over haar, zij is een goede **leerling** (14) . Zij lijkt niet op mijn deugniet van een zoon; hij denkt alleen aan spelen. De **onderwijzer** (15) slaagt er niet in hem wat dan ook te leren. »","t07-tit-4":"Dorpspraatjes.","t07-c1-10-1":"10. — De oude man vertelde ons daarna het nieuws van het dorp. Men gaat een nieuwe school bouwen, want die welke in het **gemeentehuis** gevestigd is werd te klein. Overigens is dat gemakkelijk, want het zal volstaan een deel van de tuin van de **molenaar** te kopen. Dat zal heel voordelig zijn voor de arme man. Door de koude kunnen de **molenstenen** van de **molen** (16) het graan niet meer malen, want het **rad** (17) werd door het **ijs** (25) van het **beekje** (23) vastgevroren.","t07-c1-11-1":"11. — « Wat gebouwen betreft, hebt u onze nieuwe **kerk** (18) gezien? Zij is heel schilderachtig onder haar sneeuwmantel. De **kraaien** (19) , die hun oude klokkentoren niet meer herkennen, zitten treurig op de grote boom van het **kerkhof** (20) ».","t07-c1-12-1":"12. — Die gedachte aan het kerkhof herinnerde de schoenmaker aan de mensen die mijn vader gekend had en die vorig jaar gestorven zijn. « Hoeveel **graven** (21) , mijn beste heer, zijn er bij de andere gekomen, onder de **cipres** (22) ! De dood heeft onze oude notaris gemaaid. Alle dorpelingen woonden zijn **begrafenis** bij. »","t07-c1-13-1":"13. — « Dat is zijn opvolger, die op het beekje schaatst. Hij kwam zojuist bij mij de riem van zijn **schaats** (26) laten herstellen die gebroken was. »","t07-c1-14-1":"14. — « En daar aan de oever van het beekje staat de nieuwe **veldwachter** (27) . Hij is een oud-gendarme die de deugnieten van het dorp schrik aanjaagt. Zij vluchten zodra zij zijn **beenkappen** (29) en zijn **kepie** (28) zien. »","t07-c1-15-1":"15. — « Ha! Daar gaat de oude Jozef, die een **karretje met takkenbossen** (30) voor de bakker rijdt. — Dat is waar, zei mijn vader, ik herken zijn span **muildieren** (31) . Ik moet hem werkelijk spreken, ik zal van de gelegenheid gebruikmaken. Tot ziens, vader Jacob. »","t07-c1-16-1":"16. — Juist toen wij naar buiten gingen, verlieten de kinderen van het dorp de school en stormden rennend naar de **glijbaan** (33) met gevaar te vallen en bij de **val** (34) een lid te breken. Een van hen nam zijn **slee** (32) bij de wagenmaker, liet een van zijn kameraden erop zitten, en vertrok rennend.","t07-c1-17-1":"17. — Anderen stormden naar een **sneeuwhoop** (37) naast de **brug** (40) en begonnen het **sneeuwbeeld** (39) te bombarderen dat zij de vorige dag hadden opgericht en waarop zij een hoed, een pijp en een schooltas over de schouder gezet hadden.","t07-c1-18-1":"18. — Zij bekommeren zich weinig om de ijzige wind en de koude. De meesten hebben zelfs geen **dikke das** (35) en, om zich na het gevecht met **sneeuwballen** (38) weer te warmen, is een handvol erg warme **kastanjes** (42) hun genoeg, gekocht bij de oude **verkoopster** Jacoba, die van koude beeft onder haar te dunne **versleten sjaal** (43) .","t07-tit-5":"*Tweede tafereel.*","t07-tit-6":"Het landhuis in de lente.","t07-c2-01-1":"1. — Ondanks alle genoegens van de winter begroeten wij met diepe vreugde de terugkeer van de **lente**.","t07-c2-01-2":"Wat een opvrolijkend tafereel biedt een boerenerf, ’s avonds, in de maand mei!","t07-c2-02-1":"2. — Aan de horizon gaat de **zon** (1) langzaam onder, en overstroomt het **land** (3) met haar purperen **stralen** (2) . De vlijtige **ploeger** (6) haast zich zijn **akker** (4) te ploegen.","t07-c2-02-2":"Met zijn **ploeg** (5) voor een krachtig **paard** (7) gespannen, trekt hij de **voor** (8) waarin de **zaaier** (9) met volle hand het **zaad** zal werpen dat de gouden aren zal opleveren.","t07-c2-03-1":"3. — De **maaiers** (11) met hun zeisen hebben het gras van de weide gemaaid, de hooiers hebben het **hooi** (10) gedroogd door het met **vorken** (12) en harken te keren, en nu komen ze terug.","t07-c2-03-2":"Sommigen lopen voor de zware wagen die door ossen getrokken wordt; zij dragen hun gereedschap over de schouder. Anderen, luier, hebben zich behaaglijk op het geurende hooi geïnstalleerd.","t07-c2-04-1":"4. — In het voorbijgaan groeten zij vriendschappelijk de **tuinman** (16) die in de **boomgaard** (13) bezig is de **vruchtbomen** te snoeien en de **perenbomen** (14) te enten. De **pruimenbomen** (15) beginnen te bloeien, en, in de goed bemeste **moestuin** (17) , staan de groenten, kolen en sla er al goed bij.","t07-c2-04-2":"Op het muurtje spreidt een mooie **pauw** (18) zijn staart uit, om zijn prachtige veren te laten bewonderen.","t07-tit-7":"Boerenerf.","t07-c2-05-1":"5. — De deuren van de **paardenstal** (19) staan open en men ziet de ruif en het **strobed** (23) van de **merrie** (21) die de **stalknecht** (20) zojuist heeft uitgespannen. Het **veulen** (22) zo grappig met zijn lange benen, volgt zijn moeder huppelend.","t07-c2-06-1":"6. — Bij de **put** (29) gaan de **koeien** (25) drinken uit de houten **trog** (26) die hun als drinkbak dient. Het **kalf** (24) maakt van de gelegenheid gebruik om te zuigen, en de **stier** (27) die de goede geur van de hooiberg ruikt, loeit vrolijk en heft trots de kop met krachtige **horens** (28) .","t07-c2-07-1":"7. — Allen werken. De **dienstmeid** (32) houdt het **touw** (31) van de put in de hand. Zij put water met een **emmer** (30) om het vee te drenken. Naast de **schuur** (33) harkt een man het stro bijeen en voor de deur van het **woonhuis** (34) spint een oude **spinster** (35) met haar spinnewiel en haar **spinrok**, het **vlas** of de **hennep** zoals in vroeger tijden.","t07-tit-8":"De boer.","t07-c2-08-1":"8. — De **boer** (36) leidt al die werkzaamheden en geeft aanwijzingen aan zijn knechten. Hij beveelt de **eg** (40) en het **houweel** (39) onder dak te brengen die men naast het **hok** (38) van de **hond** (37) vergeten heeft.","t07-c2-09-1":"9. — Zijn geroep jaagt een **duif** (41) schrik aan, die met alle vleugels de **duiventil** (42) in vliegt, en de **hennen** (43) die zich haasten het **kippenhok** (44) weer binnen te gaan.","t07-c2-10-1":"10. — Voor de **schaapskooi** (48) komt de oude **herder** (45) die zijn **(schapen)kudde** (49) terugbrengt. Met zijn **herdersstaf** (46) in de hand, die hem nooit ontbreekt, evenmin als zijn verschoten **kiel** (47) , drijft hij naar de stal **rammen** (50) , **ooien** (53) , **lammeren** (54) , **geiten** (51) en **geitjes** (52) . Zijn trouwe **hond** (55) Argus komt als laatste en spoort met zijn geblaf de achterblijvers tot spoed aan.","t07-c2-11-1":"11. — Al dat lawaai en die drukte verstoren de rust niet van de goede **melkkoe** (56) die haar **belletje** (57) laat rinkelen, terwijl men haar voor de deur van de **stal** (58) melkt.","t07-c2-12-1":"12. Zij schijnt te begrijpen, dat zij haar melk moet geven, opdat de **boerin** (60) **boter** in de **karn** (61) zou kunnen maken of de uitstekende **kazen** (64) , die van de plank druipen die op de **tobbe** (63) ligt.","t07-c2-13-1":"13. — De hele **melkerij** (59) wordt heel schoon gehouden door de **boerenknecht** (65) die zojuist de **melkkannen** (62) gewassen heeft in de grote emmer die hij in de hand draagt.","t07-tit-9":"Het pluimvee.","t07-c2-14-1":"14. — Met zijn dikke klompen loopt hij wat log, en zo jaagt hij de **kalkoen** (68) , de **eenden** (66) , de **woerden** (67) en de **ganzen** (69) op de vlucht die **hun snavel** (70) wijd opensperren en onrustig schreeuwen.","t07-c2-14-2":"De **haan** (71) , strijdlustiger, richt zijn rode **kam** (72) op, schudt de veren van zijn **staart** (73) en laat een luid « kukeleku » horen.","t07-c2-15-1":"15. — Een **moederkloek** (74) scharrelt op de **mesthoop** (81) met haar **kuikentjes** (75) . Het **biggetje** (78) vlucht naar zijn moeder, de enorme **zeug** (77) die wij naast het varkenskot zien.","t07-c2-16-1":"16. — In hun hokken eten de **konijnen** (79) gretig het malse **gras** (80) dat de dochter van de boer hun brengt. Jantje houdt veel van haar konijnen en, elke dag, komt zij haar vriendjes bezoeken nadat zij de verse **eieren** (76) in het kippenhok gehaald heeft.","t08-apar-1":"TABEL Nr. 8 *Eerste tafereel.* De oogst (*) . — De aanblikken van het land.","t08-c1-01-1":"1. — Met de **zomer** is het aanzicht van het land nog eens veranderd. Het zaad dat aan de voor toevertrouwd was is gekiemd; een groen plantje kwam uit de grond en schoot in de aar. Het graan werd gevormd, daarna rijpte het en voortaan hoeft men alleen nog te oogsten.","t08-c1-02-1":"2. — De **veldbloemen** zijn opengegaan. **Korenbloemen** (1) , **klaprozen** (2) en **vingerhoedskruid** (3) mengen in de eentonige tint van de tarwevelden de vrolijke tegenstelling van hun frisse **bloemkronen**.","t08-c1-03-1":"3. — De vruchtbomen hebben zich met bladeren getooid; de vrucht is gerijpt. De kleine **kersenboom** (4) hangt vol mooie **kersen** (5) die de kinderen met veel plezier plukken en eten.","t08-c1-04-1":"4. — Voortaan kan het vee de hele dag in de open lucht doorbrengen.","t08-c1-04-2":"De **lammeren** (6) zijn gegroeid en zijn mooie **ooien** (7) en mooie **rammen** (8) met een dichte vacht geworden. Zij grazen rustig het **gras** van de **weide** (9) die met **madeliefjes** gespikkeld is.","t08-c1-04-3":"Weldra zal men die dieren gaan scheren om hun **wol** te krijgen waarvan men het laken van onze kleren maakt.","t08-tit-2":"De herder.","t08-c1-05-1":"5. — De **herder** (10) schijnt niet erg op hen te letten. Hij bekommert zich alleen om het onweer dat aan de horizon voorbijtrekt, en de **schaapherder** (13) , die een **veldfles** (14) aan zijn lippen zet lijkt nog zorgelozer.","t08-c1-06-1":"6. — De hitte is drukkend; want de **hond** (15) komt, ook hij, zijn dorst lessen; hij likt het frisse water van het **beekje** (16) en jaagt een arm **kikkertje** (17) schrik aan dat zich in de oevergrassen verscholen had. Dit springt in het heldere water waar de **waterlelies** (18) bloeien.","t08-c1-07-1":"7. — Een **kwikstaart** (19) baadt zich bij het **bronnetje** (20) dat tussen twee rotsen opspringt en verbergt zich onder de **doornstruiken** (21) en de **meidoornstruiken** (22) .","t08-tit-3":"De oogst.","t08-c1-08-1":"8. — Voor de boerenkinderen is de graanoogst een heel vermakelijke tijd. Zij maken vrolijk **buitelingen** (24) op de **strohopen** (23) , zij helpen de **oogsters** (26) en terwijl dezen het **graanveld** (27) maaien met hun **zeisen** (25) die met de **wetsteen** (30) goed gescherpt zijn, verzamelen zij het graan en binden het tot **schoven** (31) of tot **bundeltjes** (32) .","t08-c1-09-1":"9. — Soms staat men de grootsten onder hen toe met een **sikkel** (12) de **gouden halmen** (28) af te snijden die de zware **aren** (29) vol korrels dragen; en de kleinen, die op het **vee** (33) passen dat in de **weide** (34) graast onder de schaduw van de grote **linde** (35) vangen met hun **net** (36) de mooie **vlinders**.","t08-c1-09-2":"Sommigen klimmen zelfs op de **kar** (37) om de schoven te schikken die men hun met een **vork** (38) aanreikt.","t08-c1-10-1":"10. — Op de hele **vlakte** (39) waar de **leeuweriken** (41) beginnen op te vliegen heerst de bedrijvigheid. Allen zijn met de oogst bezig. Maar terwijl de armen doorgaan met het oude gereedschap te gebruiken, **zeisen, sikkels** en **dorsvlegels** (40) , laten de rijke grondbezitters hun tarwe of hun **rogge** (43) maaien met een **maaimachine** (42) . Daarna maakt men, omdat men de schoven niet naar de schuur hoeft te brengen, grote **schovenhopen** (44) .","t08-c1-11-1":"11. — Dan brengt men een **dorsmachine** (47) aan die een **locomobiel** (45) met een **drijfriem** (46) aandrijft en zo wordt het graan van het **stro** gescheiden, zonder het veld te verlaten waar het gezaaid werd.","t08-tit-4":"Het onweer.","t08-c1-12-1":"12. — Dikwijls komen er zware **onweders** (53) in de oogsttijd. Eerst hoort men van verre het gerommel van de **donder**; een **hevige westenwind** (54) begint te blazen en buigt hijgend de dikste bomen van het **bos** (49) . Zwarte **wolken** (56) bestormen de hemel; zij worden doorkruist door verblindende zigzaggen van de **bliksem** (55) . De **regen** en soms de **hagel** beginnen te vallen, en slaan de oogst plat die klaar is om gemaaid te worden.","t08-c1-13-1":"13. — Dikwijls steekt de bliksem een gebouw in brand. Zo werd vorig jaar het dak van de **windmolen** (50) in de as gelegd en twee van zijn **wieken** (51) vernield.","t08-c1-14-1":"14. — Na enkele uren keert de rust terug. Een schitterende **regenboog** (52) verschijnt aan de horizon en de natuur hervat haar leven dat enkele ogenblikken onderbroken was. De landlieden, die in de **hutten** (48) gevlucht waren gaan weer aan het werk en trachten moedig de schade te herstellen die zij zojuist geleden hebben.","t08-tit-5":"*Tweede tafereel.*","t08-tit-6":"De jacht. — De wijnoogst. — Het vissen.","t08-c2-01-1":"1. — Omstreeks het einde van **augustus** of het midden van **september**, naar gelang van de streken, vindt de opening van de jacht plaats. Nauwelijks hebben de eerste zonnestralen de **hagedissen** (2) uit hun hol laten komen, of de **jager** (5) gaat op weg met zijn **honden** (4) .","t08-c2-02-1":"2. — Hij heeft zijn stevige **jachtkostuum** (9) van dik laken aangetrokken, leren **beenkappen** aangedaan, waarmee hij erin zal slagen te lopen in het vochtige gras waar de **padden** (1) zich verbergen; hij heeft zijn **geweer** (6) en zijn **weitas** (10) genomen, en daar gaat hij.","t08-c2-03-1":"3. — De ijver van de achtervolging brengt hem midden in een wijngaard waar de wijnoogst heel levendig is. De kinderen van de wijnbouwer, die gewoonlijk op de geiten langs de weg passen, laten ze vandaag op goed geluk grazen, en nadat zij een oude **bok** (3) aan een paal gebonden hebben die niet zou nalaten van zijn vrijheid gebruik te maken om te ontsnappen, kennen zij zich op hun beurt een aandeel in het genoegen toe. De een grijpt een druiventros in een **oogstmand** (12) en vermaakt zich met het **sap** (14) in een bekertje (13) te laten lopen om most (niet gegiste wijn) te maken. Een ander tooit zich met een **bladerenkrans** (15) die hij zojuist gevlochten heeft. Naast hen komen brutale **mussen** (16) zelfs voor de pers de druiven roven.","t08-c2-04-1":"4. — Terwijl de kinderen zich vermaken, werken de mannen. De **wijnplukkers** (18) brengen de druiven in de kelder met **rugmanden** (17) ; een **kuiper** (19) herstelt de **vaten** (20) , controleert of de **duigen** (22) en de **bodems** (21) in goede staat zijn, en vervangt de gebroken **hoepels** (23) . Hij heeft ook aan de **kuipen** (25) gewerkt waarin men de **druiven** (26) giet om ze te laten gisten.","t08-c2-05-1":"5. — Wanneer de gisting geëindigd is, tapt men de wijn af en men legt het overblijfsel op de **pers** (28) en door geleidelijk met de **grote schroef** (29) aan te drukken perst men het sap uit dat in een **kuipje** (32) loopt en men krijgt nog **wijn** (31) .","t08-tit-8":"Bier en cider.","t08-c2-06-1":"6. — Tegen de muur van de **kelder** (27) klimt een tak **hop** (30) . Daar is hij alleen een sierplant, maar in sommige landen, waar de wijnstok erg zeldzaam is, wordt de hop geteeld om **bier** te maken.","t08-c2-07-1":"7. — De kleine **appelboom** (33) is beladen met appels die, wanneer zij rijp zullen zijn, een uitstekende **cider** zullen opleveren. In hun **kooi** (34) kijken de **kanarie** (35) en de **putter** (36) met jaloerse ogen naar de mussen die vrij dartelen.","t08-c2-08-1":"8. — Zover het oog reikt, staan op de helling van de heuvels **wijnstokken** (40) op een rij die de prachtige **stammen** (39) dragen, getooid met zware **trossen**.","t08-c2-08-2":"Het hele jaar door heeft de **wijnbouwer** (42) gewerkt om zijn **wijngaard** (38) te verzorgen en nu wordt hij voor zijn moeite beloond met een mooie oogst. De **wijnpluksters** (41) vullen de kuipen die op de kar staan die door **muildieren** (43) getrokken wordt, en allen zijn vrolijk.","t08-tit-9":"Het vissen.","t08-c2-09-1":"9. — Zo is het ook met de **hengelaars** (44) die zich sinds de ochtend aan de oever van het water met hun **hengels** (45) kwamen installeren.","t08-c2-09-2":"De **vissen** (47) bijten in de **haak** zodra zij hun **lijn** (46) in het water dompelen, en nauwelijks hadden zij tijd om het **aas** te vernieuwen, of een nieuw slachtoffer spartelt aan het uiteinde van de lijn.","t08-c2-09-3":"Toch vangt de **netvisser** (48) die, vanuit zijn **boot** (49) , het **werpnet** midden in de **rivier** (50) werpt meer vissen.","t08-c2-10-1":"10. — De herfst is het seizoen van de mooie wandelingen: te voet, te **paard** (52) , op de **fiets** (53) , met de **auto** (54) . De **wegen** (51) zijn schoon en men geniet van de laatste mooie dagen, want de **zwaluwen** (56) verzamelen zich al op de daken om met alle vleugels naar warmere landen te vliegen. Het loof van de oude **notenboom** (57) wordt geel, de **noten** vallen en de hoge **bomen** die als een **bosje** (58) gegroepeerd staan op de **hoogte** (59) zullen weldra hun bladeren verliezen.","t08-c2-11-1":"11. — De **zon** (60) komt later op, de dagen worden korter, een vrij scherpe kilte begint gevoeld te worden, in de **ochtend**, en al verlaten vluchten **houtsnippen** (61) onze ongastvrije streken.","t09-apar-1":"TABEL Nr. 9","t09-tit-1":"*Eerste tafereel.*","t09-tit-2":"De berg. — De badplaats.","t09-c1-01-1":"1. — Sinds acht dagen ben ik in Prats. Ik kan niet de hele bewondering uitdrukken die ik voelde toen ik voor het wonderbare **gebergte** (1) van de Pyreneeën stond waarvan de **kam** (2) tegen de blauwe hemel als een reusachtige feston uitkomt.","t09-c1-02-1":"2. — Ik stelde mij niet voor, dat de **toppen** (3) van de Pyreneeën zo’n grote **hoogte** bereiken, en ik stond verstomd voor de prachtige **gletsjers** (5) en de besneeuwde **bergpieken** (4) waarop zulke schrikwekkende **lawines** rollen.","t09-tit-3":"Berglandschap.","t09-c1-03-1":"3. — Al de dag na mijn aankomst ging ik naar de oude uitgedoofde **vulkaan** (6) die bij Prats ligt. Op de dorre en kale randen van de **krater** ziet men nog goed de sporen van de doortocht van de **lava** die, verscheidene eeuwen geleden, langs de **berghelling** (7) stroomde. Het lukte mij, op een van de **hellingen**, enkele brokstukken van die lava te vinden.","t09-c1-04-1":"4. — Prats ligt aan de grens, en de **vesting** (8) die de **bergpas** (27) verdedigt die Frankrijk van Spanje scheidt herinnert helemaal aan die oude kastelen van de Rijnoever die van de top van hun rots een **prooi** schijnen te bespieden.","t09-c1-05-1":"5. — Een enorme **arend** (9) die zijn nest niet ver van het **fort** (8) heeft trekt dikwijls mijn aandacht. Die **roofvogel**, wiens **snavel** sterk is, brengt zijn jongen dikwijls een lam of een geitje dat hij met zijn **klauwen** vasthoudt. Zo groot is de spanwijdte van zijn **vleugels** dat hij lang met zijn zware last kan zweven.","t09-tit-4":"De bergwandelaar.","t09-c1-06-1":"6. — Daar is de aangenaamste wandeling de tocht naar de waterval (10) van « Cau ». De **waterval** stort in kolken naar beneden en verdwijnt daarna als een mooi **beekje** in een **dennenbos** (11) ten westen van de stad. Wij klommen door dat bos omhoog tot aan het **weerkundig observatorium** (12) en van de top van het **uitkijkpunt** zagen wij het hele **panorama** van de streek. Het **landschap** is wonderbaar, en de **natuur** schijnt aan het land alle schatten kwistig te schenken waarover zij beschikt.","t09-c1-07-1":"7. — Om af te dalen gebruikten wij de **kabelspoorweg** (13) en wij hielden stil in een klein **station** bij de **ruïnes** (14) van een oud **feodaal kasteel** dat eertijds door de heren van Prats bewoond werd.","t09-c1-08-1":"8. — Arm kasteel! Wat denkt het waarschijnlijk als het beneden de coquette **badplaats** (15) ziet die nu een **modieuze kuuroord** is?","t09-c1-08-2":"Het **klimaat** is zo aangenaam, het **mineraalwater** zo werkzaam, dat de **kuur** die men in het **sanatorium** (17) toepast een waar genoegen is.","t09-tit-5":"Aangename kuurstad.","t09-c1-09-1":"9. — Overigens heeft men alles gedaan om het verblijf aangenaam te maken. Een groot **viaduct** (16) werd gebouwd om een spoorweg mogelijk te maken; het **park** (18) van de **kuurinrichting**, waar men **concerten geeft**, is op bekoorlijke wijze aangelegd. Verscheidene sierlijke « **villa’s** » (19) werden om het casino (21) gebouwd, en een heel goed onderhouden **straatweg** (22) maakt de verbindingen een stuk makkelijker.","t09-c1-10-1":"10. — Een eenvoudig **talud** (23) scheidt de **weg** (20) van het eigenlijke **dal** (25) , in de bodem waarvan een sierlijk **meertje** (26) ligt dat een helder **beekje** (24) voedt.","t09-c1-11-1":"11. — Aan de andere kant van het dal wordt een **ijzermijn** (28) ontgonnen. Verscheidene keren ging ik de **mijnwerkers** zien die in de **schacht** afdaalden, en zelfs ging ik de **gang** binnen waarin zij hun dag doorbrengen, terwijl zij het **erts** winnen dat het **metaal** bevat.","t09-c1-12-1":"12. — Een belangrijke **ijzergieterij** werd bij de mijn gebouwd om de rijkdommen die eruit gewonnen worden dadelijk te benutten. De **hoogoven** (29) , verhit met de **steenkool** die hier overvloedig is, maakt het mogelijk snel en goedkoop **gietijzer** te verkrijgen.","t09-c1-13-1":"13. — Niet ver van de mijn graaft men een **steengroeve** (30) uit. Noch **graniet**, noch **porfier**, noch zelfs **zandsteen** hakt de oude **steenhouwer** met zijn **houweel**, maar eenvoudige **bouwstenen** voor het bouwen van huizen.","t09-c1-14-1":"14. — Een van de mooiste sieraden van dat land zijn de **dennen** (31) . Overal in de bodem van een **ravijn** (32) , aan de oever van een **bergstroom** (33) , van een **afgrond** (34) of van een steilte, geven hun dunne naalden een groene tint.","t09-tit-6":"Te voet gaan.","t09-c1-15-1":"15. — Ik maak van mijn vakantie gebruik om **lange** wandelingen te maken. De **wegen** (35) die zich over de berg slingeren maken het mogelijk, zonder op de afstand te letten, verscheidene **kilometers** en dikwijls verscheidene **myriameters** af te leggen.","t09-c1-15-2":"**Grenspalen** (36) en **wegwijzers** (37) tekenen de wegen waarop men dikwijls een jonge **bergbewoner** (38) ontmoet met een **knapzak** (40) aan zijn zij, die een **marmot** (39) draagt, of een **zigeuner** (41) wiens **bontmuts** (42) vreemd afsteekt bij de oude gescheurde **kap** (43) . Hij leidt aan een **ketting een beer** (44) die afgericht is.","t09-tit-7":"Bergbeklimming.","t09-c1-16-1":"16. — Bijna elke dag ga ik met een **gids** (48) een **beklimming** maken, en ik ben heel trots wanneer ik, met een **zak** (47) op de rug, en de « **alpenstok** » in de hand, als een echte **toerist** (46) de **rotsen** (45) bestorm.","t09-c1-17-1":"17. — Van de top van een berg lijken de bewoners van de vlakte niet dikker dan mieren; een **schaapskudde** (50) die in een **weide** (49) graast lijkt een kinderspeelgoed. Een **den** (51) of ook een **houten huisje** (52) lijkt nauwelijks een vlek op het groen.","t09-c1-18-1":"18. — Tijdens die tochten ontmoeten wij dikwijls op het **pad** (53) een **gemsjager** (54) die op zijn schouder het dier draagt dat hij zojuist gedood heeft.","t09-c1-19-1":"19. — Ik legde in mijn herbarium een heel merkwaardige tak **varen** (55) en een mooi rozig takje **heide** (57) die ik bij de ingang van een kleine **grot** (56) tijdens mijn laatste wandeling plukte.","t09-tit-8":"*Tweede tafereel.*","t09-tit-9":"Het woud. — De jacht.","t09-c2-01-1":"1. — Gisteren bracht ik een heerlijke dag in het woud door. De bedrijvigheid die er heerst onder de diertjes en de **insecten** (5) waardoor het bewoond wordt boeide mij enorm.","t09-c2-01-2":"De **spin** (1) die haar **web** (2) tussen twee takken weeft om de voorbijkomende **vlieg** (3) te vangen, de **slak** (4) die moeizaam haar huisje draagt, het vliegend hert dat op zoek is naar zijn buit, de vlijtige mier die heel ijverig bij de **mierenhoop** (6) bezig is, al die kleintjes gingen, kwamen, werkten met buitengewone ijver.","t09-c2-02-1":"2. — Een **slang** (7) die ik op het eerste gezicht voor een **adder** hield, maar die niets anders was dan een gewone **ringslang**, had zich onder een boomstam verscholen, en stak van tijd tot tijd haar dunne kopje uit dat altijd klaar leek om te bijten. Voor mij kroop een dikke **naaktslak** (8) zwaar voort nadat zij een van de smakelijke **aardbeitjes** (11) verslonden had die daar overvloedig groeien.","t09-c2-03-1":"3. — De grond was met **bosbloemen** bekleed; **sleutelbloemen** (9) , **maagdenpalm** (10) , en veel andere planten die ik niet kende, bloeiden tussen **graspollen** (12) .","t09-c2-04-1":"4. — In die streek is de **truffel** bijna even gewoon als de **paddenstoel** (14) en een **big** (13) dat aan een boswachter toebehoorde, zocht gulzig of het er enkele zou vinden.","t09-tit-10":"Stroperij.","t09-c2-05-1":"5. — Ik woonde het **einde** bij van een tafereel dat mij heel vermaakte. Met behulp van de reuk van zijn **dashond** (15) had de **boswachter** (16) zojuist een **stroper** (22) verrast, op het ogenblik dat deze zich gereedmaakte om het **wild** (17) mee te nemen dat hij gedood had. Omdat hij liever zijn buit achterliet dan zich te laten aanhouden, was de stroper gevlucht, en een **haas** (18) , een **hinde** (19) , een **ree** (20) en een **everzwijn** (21) lagen op het gras tot vreugde van de boswachter.","t09-c2-06-1":"6. — De verscheidenheid van de bomen die het woud bevat is verbazend. De **beuken** (23) en de **berken** (26) , de **pijnbomen**, die de **hars** (27) opleveren, de **eiken** (29) en ook veel andere vermengen hun takken.","t09-c2-06-2":"De **klimop** (24) , die zich aan de stam van de hoge bomen hecht, kleurt het **woud** (25) met een glanzend groen, dat zich aangenaam verenigt met de lichtere en bleekgroene tint van het **mos** (31) waarin de **groene specht** (30) insecten zoekt.","t09-tit-11":"Woudlandschap.","t09-c2-07-1":"7. — De oude eiken bekoorden mij. Hun dikke gedraaide **wortels** (32) , half uit de grond gekomen, geven hun een prachtig voorkomen van kracht en sterkte, en ik vraag mij af hoe de **eigenaar** (35) zich ertoe kan brengen ze te laten vellen en aan de **zaag** (34) van de **houthakker** (33) over te leveren. De arme **stammen** (36) , van hun **schors** (37) beroofd of door de **bijl** (38) van de **dagloner** (39) gespleten stemmen mij droevig.","t09-c2-08-1":"8. — Dichtbij had een oude **houtskoolbrander** (41) met zijn **schop een hoop** (42) houtskool klaargemaakt, en een oude vrouw droeg een **bundel** (40) **dood hout** van takjes van de gevelde bomen.","t09-tit-12":"Jacht.","t09-c2-09-1":"9. — Ik wilde enkele ogenblikken gaan rusten in het **huis van de boswachter** (46) maar, toen ik bij het **meertje** (43) kwam, waarop een mooie **zwaan** (45) zwemt, merkte ik, dat een recente **overstroming** (44) de weg in een waar **moeras** had veranderd. Ik moest een omweg maken, en, terwijl ik langs de **ceder** (49) , de **populieren** (48) , en de **iep** (47) kwam die aan de rand van het woud staan, zag ik uit een **kreupelbosje** (54) een prachtig **hert** (50) tevoorschijn komen, achtervolgd door een hardnekkige **meute** (51) die ook aangespoord werd door de **hoorn** (53) van de **jagers te paard** (52) . Het arme dier was helemaal uitgeput. Het kwam stervend op enkele passen van mij neervallen.","t09-c2-10-1":"10. — De zoon van de boswachter, die door het lawaai van de **drijfjacht** aangetrokken was, kwam het huis uit en wij gingen met ons tweeën het woud weer in. Hij had een **ekster** (56) gezien op een tak van een oude eik. Hij meende, dat haar nest waarschijnlijk in het **loof** (58) verborgen is en hij wilde het nest pakken.","t09-c2-10-2":"Behendig als een **eekhoorn** (61) , klom hij van **tak** (55) tot tak, maar hij vond niets en slaagde er alleen in een oude **kraai** (60) te doen opvliegen die op een **dikke tak** (57) zat.","t10-apar-1":"TABEL Nr. 10 De zee. — De haven.","t10-01-1":"1. — In de zomer, terwijl sommigen rust en koelte op een berg zoeken, gaan anderen liever naar de kust. Zo deden wij vorig jaar, want wij houden veel van de **Oceaan** (1) .","t10-02-1":"2. — Wat mij betreft, ik voel een groot genoegen bij het aanschouwen van die onmetelijke watervlakte die zich tot aan de **horizon** (2) uitstrekt, en bij het zien vertrekken voor een lange **overtocht** van de enorme **stoomschepen** (3) waarop de reizigers inschepen die naar Amerika gaan.","t10-03-1":"3. — Daarom kiest mijn vader, die mijn neiging kent, om de vakantie door te brengen altijd een heel rustig strand, dat bij een van onze grote **oorlogshavens** ligt.","t10-03-2":"Tijdens ons laatste verblijf kwam het **eskader** achter de enorme **dijk** (4) voor anker gaan die de **oorlogshaven** (5) afsluit en beschermt, en het lukte mij naar wens de verschillende **oorlogsschepen** te bewonderen, de kleine **onderzeeboot** (10) die duikt en onder het water verdwijnt en ook het enorme **pantserschip** (9) dat tot nu toe bijna alleen de aanvallen van de **torpedoboot** (8) vreesde.","t10-tit-2":"De kleine schepen.","t10-04-1":"4. — Deze laatste wist al heel **behendig** het zwakke punt van het dikke metalen pantser te vinden om daar de gevaarlijke **torpedo** te steken, waarvan de ontploffing de ondergang van het schip veroorzaakt, maar toch was zij minder te duchten dan de onderzeeboot, want de torpedobootjagers zetten haar gemakkelijk na.","t10-05-1":"5. — Ik kon ook de snelle gepantserde **kruisers** (6) zien, bijna even onkwetsbaar als het echte pantserschip, verscheidene **transportschepen** (12) drie of vier **kanonneerboten** (7) en ten slotte een **fregat** (11) . **Het schouwspel van die vloot, wanneer zij manoeuvreert om het anker te lichten is het boeiendst.**","t10-06-1":"6. — Wat een verschil in bouw tussen die grote staalmassa’s en de sierlijke **driemasters** of de bevallige **zeilschepen** (13) die nu nog in de koopvaardijvloot gebruikt worden en die ik met alle zeilen de haven zag binnenvaren, toen ik op de **kade** (14) wandelde. Weliswaar verloren deze veel van hun voordelen **wanneer** de **wind** tegen was. Zij moesten alle zeilen strijken om het bassin weer binnen te varen en een **sleepboot** (16) was nodig om ze te halen en ze, als eenvoudige **vrachtschuiten** (17) , naar de kade te brengen.","t10-tit-3":"De handelshaven.","t10-07-1":"7. — Wat boeiend is in de haven waarover ik spreek, is dat zij niet alleen een oorlogshaven bevat, kunstmatig door reusachtige werken aangelegd, maar ook een wonderbare **handelshaven** die in de **monding** van een grote stroom ligt.","t10-08-1":"8. — De landtong die de twee bassins scheidt is versterkt en verdedigd door een reeks **batterijen** en **bastions** die in zee vooruitspringen. Men heeft een bijzondere vergunning nodig om op de **wallen** (15) te wandelen. Ik kreeg die gemakkelijk, door mijn oom, die ingenieur van de **scheepswerven** (18) is en ik ging de schepen bezoeken die men onder ruime loodsen bouwt.","t10-09-1":"9. — Ik woonde zelfs de tewaterlating van een pantserschip bij en ik herinner mij het aangrijpende ogenblik dat de hele menigte voelde toen de reusachtige massa, aan zichzelf overgelaten, over haar wiegvormige stellage begon te glijden en op het water van de stroom kwam drijven.","t10-10-1":"10. — Om naar de scheepswerven te gaan, steekt men het **exercitieterrein** (19) over waar de soldaten van het garnizoen elke dag komen oefenen, men gaat over een ijzeren **brugje** (20) , dat het paradeplein met het **arsenaal** (21) verbindt.","t10-tit-4":"Het arsenaal en de dokken.","t10-11-1":"11. — Met mijn oom bezocht ik dat grote gebouw vol **kanonnen** (22) , **kogels** (23) en **granaten**. Ook zag ik de **metaalfabriek** (24) waarin de **ketels** (25) van de stoomschepen gemaakt worden.","t10-12-1":"12. — Vlakbij zijn de **dokken** (26) — reparatiedokken — en de heel merkwaardige **drijvende dokken** (27) waarin ik van heel dichtbij, op een te herstellen schip, de **schroef** (28) , de **kiel** (29) en het **roer** (30) van een boot kon zien.","t10-13-1":"13. — De handelshaven is even bestuderenswaard als de oorlogshaven, en ik bracht veel uren door met gapen op de kaden waar de **raderboten** (31) gemeerd liggen die de stroom weer opvaren, en met te kijken naar het werken van de **masthijskranen** (32) , die, als veren, enorme lasten optillen.","t10-tit-5":"De loods.","t10-14-1":"14. — Ik bewonderde de **transatlantische schepen** (34) die de rede uitvaren, met hun **vlaggen** (35) in volle wind, geleid door een behendige **loods** (36) die wonderwel het **vaargeultje** weet te volgen dat door **boeien** (40) en **bakens** gemarkeerd is, terwijl hij de **lichters** (41) vermijdt die zich moeizaam met hun enige vierkante zeil laten sturen. Ik onderscheidde op het **voorschip** (37) — de boeg — de **hutten** (39) van de tweede klasse, en op het **achterschip** (38) — de spiegel — de salons voor de passagiers van de eerste klasse.","t10-15-1":"15. — Soms woonde ik ook het laden bij van een **vrachtschuit** (42) waarin zojuist de goederen van het **pakhuis** (43) en van het **zeestation** (44) opgestapeld werden, aangevoerd door de talrijke treinen van de **kadelijn** (45) .","t10-tit-6":"Het roeien voor plezier.","t10-16-1":"16. — Dikwijls roeide ik in het **vlotdok** (53) , waarin de **boten** (46) komen schuilen, en het was een vreugde voor mij de **riem** (47) te hanteren. Ik klom op het **dek** (48) van een **zeilboot** (49) , ik klom, langs **touwen** (52) , in de **mast** (51) tot in de **ra’s** (50) , daarna herhaalde ik mijn tocht **in een jol** (54) tussen zware **vissersboten** (55) , waar de **netten** (56) drogen.","t10-17-1":"17. — Op de **kade** (58) defileerden voor mij de meest uiteenlopende **goederen** (59) , in **kisten** (60) of in **balen** (61) . Zij vormden de **lading** (63) van de **lichters**, en krachtige **kranen** (62) tilden ze op en zetten ze op **vrachtwagens** (64) terwijl de **voerlieden** ze aangaven en de rechten in het **douanekantoor** (65) betaalden.","t10-18-1":"18. — Ten slotte, toen ik bij de **draaibrug** (66) of bij de **sluis** (69) kwam, langs de **baggermachine** (68) die het **kanaal** (67) schoonmaakt, ging ik op de kade aan wal bij de **seinpaal** (70) .","t10-19-1":"19. — Aan de andere kant van die kade komen wel de **sloepen** (71) aanleggen die de officieren van het eskader aan land brengen. Het is een bewonderenswaardig schouwspel de matrozen in de maat hun riemen te zien opheffen, terwijl de boot die door de **golf** (72) gedragen wordt, gemakkelijk bij de trap van de aanlegsteiger komt. Op die plaats kan men beter het **getij** en de beweging van **eb** en **vloed** op het **strand** (73) waarnemen.","t10-tit-7":"De sociëteit.","t10-20-1":"20. — Om naar huis terug te keren gebruikte ik de **elektrische tram** (74) waarvan de **halte** (75) bij de **paal** is die voor de sociëteit van de officieren staat.","t10-20-2":"Vanaf het **balkon** (76) van de sociëteit, versierd met **ankers** (77) , kanonnen en kogels, zag ik dikwijls een schitterende verzameling zeeofficieren: **luitenants** (78) , met hun degen, **kapiteins van de artillerie** (79) en van de **infanterie** (80) met hun **sabel**. Achter hen stond een **matroos** (81) die hun een **verrekijker** bracht, wanneer zij wilden onderscheiden wat er in de verte gebeurt.","t10-21-1":"21. — Ik zag ook jonge **luitenants-ter-zee** (82) die de bevelen van hun **commandant** (83) of van de **admiraal** (84) ontvingen, terwijl een **kwartiermeester** (85) wachtte om ze naar het schip te brengen.","t10-22-1":"22. — Van dat balkon is het uitzicht prachtig: men overziet het hele strand met zijn **tenten** (86) en **badkoetsjes** (87) , en men ziet, op het uur van het bad, de **baders** (88) die vrolijk dartelen voor het **casino** (89) .","t10-23-1":"23. — Aan het uiteinde van het strand vormt de kust een klein rotsachtig **schiereiland** (91) , waar de **branding** (92) zich komt breken en waarop een **vuurtoren** (93) gebouwd is, die ’s nachts de weg aan de zeevarenden wijst. Dat schiereiland is met het land alleen verbonden door een erg smalle **landengte** (90) .","t10-tit-8":"Algemeen gezicht op de kusten.","t10-24-1":"24. — De **steile kust** (94) strekt zich uit, opengereten door de zee, die er grillig een reeks **baaien** (95) en **voorgebergten** (kapen) in tekent, waardoor zij heel schilderachtig wordt.","t10-24-2":"Op het **plateau** (96) , dat de **(zee)engte** (98) beheerst, staan een heel belangrijk **fort** (97) en enkele « villa’s ».","t10-25-1":"25. — Die engte scheidt van het vasteland een heel gevaarlijk **eiland** (99) , omringd door **klippen** (100) en **branding**, waar boten en zelfs grote schepen soms stranden. Ondanks de snelheid van de hulp, en de vlugge aankomst van de **reddingsboten**, zijn die **schipbreuken** verschrikkelijk, en, tijdens de **stormen** van de nachtevening, zijn verscheidene schepen met man en goederen vergaan.","t10-25-2":"Ondanks die nabijheid wordt **de haven** veel door de zeelieden bezocht.","t11-apar-1":"DERDE REEKS TABEL Nr. 11 De stad en haar gedenktekens. — De brand.","t11-tit-1":"De voorstad.","t11-c1-01-1":"1. — Ik woon in een grote stad die op 100 kilometer van de Oceaan ligt, en die toch een **haven** (1) van de eerste rang is. De stroom die haar begrenst heeft een breedte van 400 meter en vormt een heel mooie rede.","t11-c1-02-1":"2. — Het hele deel van de stad dat aan de **kaden** (2) ligt ziet er geheel maritiem en industrieel uit, en vormt een **voorstad** (3) die alleen door zeelieden en arbeiders bewoond wordt. Dezen werken in de **fabrieken** (4) en in de **gasfabriek** (5) waarvan de hoge **schoorsteen** (6) en de **gashouder** van erg ver te zien zijn.","t11-c1-03-1":"3. — In de middeleeuwen was de stad versterkt, en men vindt nog enkele resten van haar wallen, in het bijzonder de **poort** (8) van het oude **versterkte kasteel** (7) geflankeerd door zijn twee **torens** (9) die nu als **gevangenis** dienen.","t11-c1-04-1":"4. — In die hele **wijk**, die er erg oud uitziet, is maar één gebouw betrekkelijk modern: dat is het **douanekantoor** (10) . Het ligt tussen de kade en het **straatje** (11) dat naar het oude **gemeentehuis** (12) leidt. Men herkent dat laatste gedenkteken gemakkelijk aan de reusachtige **klokkentoren** (13) die de oude stad beheerst.","t11-c1-05-1":"5. — Aan de andere kant van de straat **staat** een gebouw dat in dezelfde stijl als het douanekantoor gebouwd is: dat is de **Beurs** (14) . Een van haar gevels kijkt uit op een klein plein waar het **prefectuurgebouw** (15) staat. Onze stad is namelijk, zonder een hoofdstad te zijn, toch een belangrijke departementshoofdstad.","t11-tit-2":"Het hoogste deel van de stad.","t11-c1-06-1":"6. — Het garnizoen, tamelijk talrijk, is ondergebracht in ruime heel gezonde **kazernes** (16) ; zij strekken zich uit tot aan het hek van het **gemeentepark** (17) . De **boulevard** (19) die naar dat park leidt loopt achter de **spaarbank** (18) langs en eindigt op het plein van de **kathedraal** (20) .","t11-c1-07-1":"7. — Al die gedenktekens strekken zich als een amfitheater uit op een heuvel waar ook ons ruime **lyceum** (21) staat.","t11-c1-07-2":"Als men langs een wat hellende weg afdaalt, die op de Grote straat uitkomt, komt men bij het **Gerechtshof** (22) waarvoor een aangename **openbare tuin** (26) zich uitstrekt. Dat **plantsoen** is niet erg groot, maar het vormt midden in de stad een oase van groen en koelte. Daarom wordt het veel bezocht door de stedelingen die graag onder het tentdak van het **café** (25) komen zitten, om te luisteren naar de militaire muzikanten die op donderdag en zondag in de **kiosk** (27) spelen die tussen de grasperken en de struikgroepen staat.","t11-c1-08-1":"8. — Op een van die grasperken staat een bronzen **standbeeld** (28) , een gedenkteken opgericht ter nagedachtenis van een van onze stadgenoten, die grote diensten aan zijn geboortestad bewees.","t11-tit-3":"De vervoermiddelen.","t11-c1-09-1":"9. — Tot nu toe wordt onze stad nog niet met elektrisch licht verlicht, zij heeft alleen **gaslantaarns** (29) . Maar de **plaatselijke pers** voert campagne opdat dat verlichtingsstelsel verbeterd zou worden, **zoals** men al **het tractiestelsel van de** trams volmaakt heeft. De oude rijtuigen, **getrokken** door **paarden**, werden praktisch vervangen door **elektrische trams** (31) die de reizigers snel van het ene uiteinde van de **stad naar het andere** brengen, tegen een heel **lage** prijs.","t11-c1-10-1":"10. — Bij het Gerechtshof staat de **Bank** (32) waar men de handelswaarden disconteert. De **bankbedienden** (33) gaan de schulden aan huis innen.","t11-tit-4":"Kunst en onderwijs.","t11-c1-11-1":"11. — Het mooie gebouw dat daarnaast staat, is het **museum**. Het bevat tegelijk de **bibliotheek** (34) van de stad, de mooie **natuurwetenschappelijke verzamelingen** (35) (Natuurhistorisch museum) en een sierlijk **schilderijenmuseum** (36) dat een prachtige blijvende **tentoonstelling** vormt.","t11-c1-11-2":"Het gaat tweemaal per week voor het publiek open, maar de vreemdelingen mogen het elke dag bezoeken tegen een fooi aan de **bewaker** (37) . De **schilders** (38) komen daar werken. Men ziet hen **voor** hun ezel, met een **palet** in de hand, de beroemde schilderijen kopiëren.","t11-c1-12-1":"12. — Op de hoogte, achter het museum, beginnen wij de **koepel** (40) van het **ziekenhuis** (39) te zien en de gebouwen van de **kweekschool** (41) waarin de onderwijzers van onze gemeentescholen opgeleid werden. Op het Theaterplein staat een **postkantoor** (43) dat in een **particulier huis** (42) gevestigd is.","t11-tit-5":"De brand.","t11-tit-6":"Brandkreet.","t11-c2-01-1":"1. — Een verschrikkelijk gerucht verspreidt zich door de stad: er is zojuist brand in het theater uitgebroken! Op het ogenblik dat ik op het **plein** (96) kom, staat de menigte al op het **trottoir** (46) en op de **rijweg** (47) verzameld. De **postbeambten** (44) en de **brievenbestellers** (45) komen het postkantoor uit. Een **trambestuurder** (48) moest zijn (tram)wagen laten stilhouden om een gemeentelijke **ziekenwagen** (50) te laten passeren, die met een **chirurg** (52) en een **verpleger** (51) komt om een **gewonde** (53) te verzorgen die op een **draagbaar** (54) bij de **krantenkiosk** (55) gebracht is.","t11-c2-02-1":"2. — Een compagnie infanterie, die van de oefeningen terugkeerde, hield stil om de ordedienst te verzekeren samen met de **bereden gemeentepolitie** (61) . **De ruiters**, wier paarden steigeren, doen, beter dan de **soldaten** (57) of de **gendarmes** (63) , de **nieuwsgierigen** (56) achteruitwijken. Overigens hebben de gendarmes het erg druk. Een van hen wijst de **politieagenten** (64) waarheen men een andere **gewonde** (65) moet vervoeren, een moedige brandweerman die van een ladder gevallen is.","t11-c2-03-1":"3. — **De officier** (66) geeft nauwkeurig de plaats aan waar men de aankomende **stoomspuit** (67) moet plaatsen. In afwachting van die krachtige machine heeft hij een **handspuit** (68) in stelling gebracht waarvan de lange **slang** (69) het water als een stortvloed op het vuur werpt. Zes brandweerlieden bedienen haar, terwijl hun kameraad, die de **straalpijp** (70) vasthoudt, de **straal** (71) naar het middelpunt van de brand richt.","t11-c2-04-1":"4. — Aan de andere kant van het theater heeft men de grote **ladder** (72) geplaatst. Zij stelt de brandweerlieden in staat de vlammen te naderen die tussen wervelingen van zwarte **rook** (75) opspringen.","t11-tit-7":"Dappere daden.","t11-c2-05-1":"5. — **De brand** (74) is ontstaan in de foyer van het **theater** (73) , terwijl men **de opera** repeteerde waarvan de eerste **voorstelling** morgen zou hebben plaatsgevonden. Gelukkig waren er maar weinig **toeschouwers** (76) in de zaal. De ongelukkigen zijn op het **balkon** (77) gevlucht waar moedige **brandweerlieden** (86) hun met ladders en touwen te hulp komen.","t11-c2-06-1":"6. — Onder het **peristilium** (78) , waar het **aanplakbiljet** (79) over de voorstelling inlicht, ziet men de **muzikanten** (81) van het **orkest** (80) vluchten, hun instrumenten meedragend: **viool** (81) , **fluit** (82) , **violoncel** (83) , **trombone** (84) , **trom** (85) , enz.. Men tracht een deel van het **meubilair** (87) te redden.","t11-c2-07-1":"7. — **De acteurs** (89) en **de actrices** (88) , **zangers** en **zangeressen** moesten in hun **toneelkostuum** (90) vluchten. De tenor legt aan een **journalist** (92) uit hoe het gebeurd is. **De verslaggever** kwam dadelijk vanaf het eerste ogenblik toegelopen met de overheidspersonen: de **prefect** (91) , de **burgemeester** (93) , de **politiecommissaris** (94) en de **rechterlijke ambtenaar** (95) , die een onderzoek zullen instellen om over de verantwoordelijkheden te oordelen.","t12-apar-1":"TABEL Nr. 12 Het station. — De spoorwegen. — De schepen. Nota. — *De dienstregelingen die in elk land gebruikt worden zijn verschillend, wij gebruiken dus als voorbeeld de uren van de* **Franse tabel.**","t12-01-1":"1. — Ik heb zojuist door Duitsland gereisd. Voor het vertrek kocht ik een **spoorboekje** (15) om het uur van vertrek van de treinen te weten. Nadat ik vastgesteld had dat de gunstigste trein om negen uur ’s avonds uit Parijs zou vertrekken en om één uur dertien in Straatsburg zou aankomen, bereidde ik mijn reis voor, en de volgende dag liet ik mij naar het station brengen.","t12-02-1":"2. — Toen ik de grote vertrekhal binnenging, achter een oude plattelands**priester** (2) , die zijn **reistas** (3) in de hand droeg, waren al veel **reizigers** (1) aangekomen.","t12-02-2":"Omdat ik een **telegram** (5) wilde versturen, liet ik mij door een **controleur** (6) **het telegraafkantoor** (4) wijzen.","t12-03-1":"3. — Voordat ik de **wachtkamer** (7) binnenging ging ik mij van een **kaartje** (9) heen en terug voorzien.","t12-04-1":"4. — Ik wachtte niet lang aan het **loket** (8) , want er waren weinig mensen. Een **soldaat** (10) , die met verlof vertrok, was zo beleefd mij zijn beurt af te staan, zodat ik genoeg tijd had om enkele inlichtingen aan de **stationschef** (13) te vragen, die met de **commissaris** (12) van het toezicht en met de dienstdoende **gendarme** (11) sprak.","t12-tit-1":"Het inschrijven van de bagage.","t12-05-1":"5. — Nadat ik een krant bij de **boekhandel** (14) gekocht had, liet ik mijn **bagage** (17) wegen die een **kruier** (16) zojuist op een **bagagekar** (19) aangevoerd had; **de beambte** (22) die met de **weegbrug** (21) belast is deelde mij mee, dat mijn koffer vijfendertig kilogram weegt; dat maakte een **overwicht** van vijf kilogram; waarvoor ik een bijbetaling verschuldigd ben, aan het **loket** van de bagage (23) .","t12-06-1":"6. — Omdat ik te vroeg was, had ik vrije tijd om het verkeer van de reizigers in het station te bekijken. Sommigen gaven hun handbagage af of haalden die af bij het **bagagedepot** (25) ; anderen raadpleegden de **dienstregelingen** (26) . De aankomende reizigers haastten zich naar de **uitgang** (32) met hun **koffer** (24) in de hand. Sommigen wachtten bij de **bagage-uitgifte** (27) en toonden hun **bewijs** (29) om hun koffers, **kisten** (28) of **manden** (30) terug te krijgen.","t12-07-1":"7. — **De beambten van de accijns** (33) onderzochten zorgvuldig de pakken om vast te stellen of men iets aan te geven heeft.","t12-08-1":"8. — Sommige reizigers gingen naar het **buffet** (34) , waar een **ober** (35) zich beijverde hen te bedienen. Zij moeten zich haasten, want de **trein** (36) , die een sneltrein is, zal niet lang in het station blijven.","t12-09-1":"9. — Daarna ging ik naar het vertrekperron en zocht een doorgaande **wagen** (37) om niet gedwongen te zijn tijdens de reis van wagen te wisselen. Ik stapte in een corridorrijtuig dat een **coupé** (38) voor rokers bevat en een coupé die voor « dames alleen » gereserveerd is.","t12-tit-2":"Vertrek in de nacht.","t12-10-1":"10. — Nadat ik de **treeplank** (40) beklommen, het **portier** (39) gesloten, het **gordijntje** (41) opgerold en mijn handbagage op het **net** (43) gelegd had, ging ik op de **bank** (42) zitten. Toen ik de **lampenist** (44) de lampen zag aansteken, dacht ik, dat ik een nacht in de wagen zou moeten doorbrengen en ik riep de beambte die met de verhuur van de **hoofdkussens** (45) belast is om er een te vragen.","t12-11-1":"11. — De conducteur van de trein kwam de kaartjes controleren. Ik vroeg hem waarom wij nog niet vertrokken waren, want het is het juiste uur. Hij antwoordde mij dat de **treinchef** (46) bezig is fietsen in de **bagagewagen** (47) te laten zetten. Bovendien had men nog niet alle voetwarmers (48) verwisseld.","t12-12-1":"12. — Maar wij zouden weldra vertrekken, want de **stoker** (50) , op zijn **tender** (49) nam kolen om het vuur van de **locomotief** (54) aan te wakkeren, en **de machinist** (51) wachtte alleen op het sein van de **onderstationschef** (52) , die op het **perron** (53) stond.","t12-13-1":"13. — De **ketel** (56) van de locomotief gromde dof; de **schoorsteen** (55) braakte stromen rook uit vermengd met **stoom** (60) . Een schril **gefluit** (59) weerklonk en de **zuigers** (58) begonnen te bewegen, en dreven de **wielen** (57) van de zware machine aan.","t12-tit-3":"Vertrek!","t12-14-1":"14. — De snelheid van de trein, die over de **rails** (64) liep werd versneld; de **perrons** (65) verdwenen; wij passeerden de **privaten** (66) , en ook een rij wagens die op het andere **spoor** (63) gerangeerd stonden: **slaapwagens** (67) , een **restauratiewagen** (68) , een **postwagen** (69) .","t12-15-1":"15. — Daarna trok het **goederenstation** (71) voor onze ogen voorbij. Onder de loodsen laadden beambten de **goederen** (72) die met een goederentrein verzonden worden. **Rangeerders** (76) bij het **waterreservoir** (73) rangeerden **veewagens** (75) en **platte wagens** (79) om een **goederentrein** (80) samen te stellen.","t12-16-1":"16. — Wij passeerden de laatste **wissel** (78) , waarbij de wisselwachter stond; wij kwamen langs de **seinschijf** (86) en het station verdween in de verte.","t12-17-1":"17. — Weldra reden wij over een **ijzeren brug** (74) die over de **stroom** (81) loopt. Nadat wij die brug overgestoken waren, volgden wij de rivier, waarop krachtige **sleepboten** (82) zware **vrachtschuiten** (83) trokken. Wij zagen bovendien een **passagiersschip** (84) , toen het bij een **ponton** (85) aanlegde.","t12-18-1":"18. — Nadat wij razendsnel verscheidene stations gepasseerd waren, reden wij door enkele **tunnels** (87) en lieten achter ons ontelbare **huisjes** (88) van **overwegwachters**. Gewiegd door het schokken van de trein viel ik in een diepe slaap.","t12-tit-4":"Station Deutsch-Avricourt.","t12-19-1":"19. — Ik werd plotseling gewekt door de stem van een beambte die riep: « Deutsch-Avricourt! (*) . Iedereen uitstappen! » Er vond de inspectie van de douane plaats en alle vervelende formaliteiten van de grens. Ik moest mijn zakhorloge gelijkzetten met de **grote klok** (89) van het station, die vijfenvijftig minuten voorliep; nauwelijks wakker, onderscheidde ik moeilijk de **grote wijzer** (90) van de **kleine** (91) ; de **wijzerplaat** (92) zelf was helemaal verward door de ochtendnevel.","t12-20-1":"20. — Terwijl de douaniers hun inspectie deden, ontcijferde ik geeuwend de **aanplakbiljetten** (93) die de stationsmuren versieren. Ik ontbeet om de tijd te doden, raadpleegde de kaart van het Duitse **net** (94) om te zien hoeveel afstand mij nog van Straatsburg scheidt, en ik ging mijn wagen weer in, gesterkt door de hoop weldra het doel van mijn reis te bereiken.","t13-apar-1":"TABEL Nr. 13 Het hotel. — Het restaurant. — Het café.","t13-01-1":"1. — Nadat ik gisteravond in Royan aangekomen was, nam ik mijn intrek in het « *Hotel van de Oceaan* » dat mij door een vriend aanbevolen was.","t13-01-2":"Men gaf mij een mooie **kamer** (2) , op de tweede **verdieping** (1) waar ik heel goed sliep (*) .","t13-02-1":"2. — Vanmorgen, toen ik mijn kamer uitging, waarin de **dienstbode** (3) het ontbijt gebracht had, ging ik de **rookkamer** (5) binnen die ook als **leeszaal** (4) gebruikt wordt om de **kranten** (6) te lezen, terwijl ik een **sigaret** (8) rookte. Na het lezen daalde ik af met de **lift** (9) en ging door de stad wandelen.","t13-03-1":"3. — Omdat ik vergeten was aan de **bediende** (12) van het hotel te vragen op welk uur men de maaltijden aan de **gemeenschappelijke tafel** (11) opdient, kwam ik vroeg terug en maakte ervan gebruik om in de **badkamer** (10) van het hotel te gaan baden. Daarna ging ik opnieuw naar de **kassa** (15) om een van mijn vrienden op te bellen. Maar de **telefoon** (13) was bezet; toen de **caissière** (14) , die een **rekening** (17) in het **reizigersregister** (16) inschreef, mijn verlegenheid zag, vroeg zij de **portier** (18) de **piccolo** (19) te sturen om mijn boodschap **per fiets** (20) te doen.","t13-04-1":"4. — Ik bedankte haar en ging naar buiten om een fooi te geven aan de **kruier** (24) (de sjouwer) die uit het station op zijn **handkar** (25) mijn **hoedendoos** (26) , **mijn koffer** (27) en **mijn reistas** (28) gebracht had. De **brievenbesteller** (21) die zojuist aangekomen was, gaf mij een **brief** (22) .","t13-05-1":"5. — Ik bleef nog enige tijd op de drempel van de deur, bij de **brievenbus** (23) , om naar het verkeer op straat te kijken. De **conducteur** (30) van de **omnibus** (29) laadde op zijn rijtuig de **koffer** (31) van een **reiziger** (32) van wie de **hotelhouder** (33) afscheid nam. Een jonge **telegrambesteller** (35) bracht zonder haast een **telegram** (34) voor een gast van het hotel; een **toerist** (36) met zijn **fototoestel** (38) over de schouder, raadpleegde zijn **reisgids** (37) .","t13-tit-1":"Tijd voor het middagmaal.","t13-06-1":"6. — Voor het hek dommelde een zorgeloze **boodschapper** (39) tussen zijn **draaghaak** (40) en zijn **poetsdoos** (41) , terwijl een jonge **wasvrouw** (42) die een **mand** (43) met linnengoed droeg, lachte om de plechtige uitdrukking van de **gerant** (44) die bij de deur stond.","t13-07-1":"7. — Toen ik de **kok** (45) zag, die zijn **keuken** (47) in het **souterrain** (48) uitkwam om een **vaatwasser** (46) een boodschap te laten doen, herinnerde ik mij dat het uur van het middagmaal nabij is en ik ging het restaurant binnen, terwijl ik de binnenplaats overstak waarop een **automobilist** (50) zijn **auto** (49) stalde, terwijl een **monteur** (52) volgens de aanwijzingen van de **fietser** (53) een **petroleumdriewieler** (51) herstelde die zojuist een ongeluk gehad had.","t13-08-1":"8. — Ik vroeg aan een jonge **piccolo** (54) die **bierglazen** (55) droeg, of de gemeenschappelijke tafel onder de veranda staat, en op zijn bevestigend antwoord nam ik plaats aan een van de tafels en liet mij een uitstekende maaltijd geven.","t13-tit-2":"Een uitstekend middagmaal.","t13-09-1":"9. — De ober bracht mij het menu (*) van het middagmaal en de wijnkaart. Ik koos en bestelde als **voorgerecht garnalen** met **boter**, en, als tussengerecht, **pens op de wijze van Caen**. Ik at geen **vis**, maar vroeg een portie **lamsbout**, en, als **groenteschotel, spinazie** met room. Daarna, omdat geen van de **tussengerechten** mij beviel, liet ik verschillende nagerechten brengen, **kaas**, **vruchten** en **koekjes**. Ik voegde er bovendien een uitstekende **Saint-Émilion-wijn** aan toe, en heel tevreden over mijn maaltijd verliet ik de tafel nadat ik de **ober** (57) een mooie **fooi** (59) gegeven had.","t13-10-1":"10. — Toen de **beheerder** (60) mij klaar zag om te vertrekken, stelde hij mij voor naar het balkon te gaan om het prachtige panorama van de **Oceaan** (62) te bewonderen. In de verte begon men **vissersbootjes** (63) , **zeilschepen** (64) en een enorme **pakketboot** (65) te zien waarvan het zwarte silhouet zich tegen de witte **wolken** (67) van de **horizon** (66) aftekent. Een lichte bries deed de **vlag** (70) wapperen die boven het **uithangbord** (69) van de **hal** (68) bevestigd is.","t13-tit-3":"Vermaak.","t13-11-1":"11. — Het schouwspel was zo boeiend, dat ik besloot morgen op het terras van het café te klimmen met een **toneelkijker** (71) of een **verrekijker** (72) mee.","t13-12-1":"12. — Toen ik het balkon verliet, ging ik naar het café van het hotel om een **drankje** (73) te drinken, terwijl ik een **partij biljart** (75) speelde. Zonder stil te houden stak ik de cafézaal over waarin veel gasten **schaak** (78) , **dammen** (79) , **domino** (80) , **triktrak** (81) of **kaart** (82) speelden, en ik ging rechtstreeks naar de **biljartzaal** (74) .","t13-13-1":"13. — Toen de partij afgelopen was, daalde ik naar de begane grond af en vroeg de ober een **envelop** (84) , **papier** (83) , een **postzegel** (85) , een **pen** (87) en **inkt** (86) om een brief te schrijven.","t13-13-2":"Daarna riep ik een **koetsier** (92) wiens **rijtuig** (88) voor het café was blijven staan. Ik vroeg hem naar de prijs per uur of per rit, en, toen wij het over de prijs eens waren, opende hij mij het **portier** (89) en installeerde mij. Hij klom weer op de **bok** (91) , liet de paarden snel vertrekken met een **zweepje** (93) en wij vertrokken voor een bekoorlijke rit.","t14-apar-1":"TABEL Nr. 14","t14-tit-1":"De straat. — De winkeliers.","t14-01-1":"1. — Mijn vriend Jan, die op het land woont, kwam drie dagen bij mijn familie doorbrengen. **Tot** dan toe had hij geen gelegenheid gehad een grote stad te zien; daarom gebruiken wij al onze dagen om te wandelen, en ik leg hem uit wat hij niet kent.","t14-02-1":"2. — Eerst gingen wij het **observatorium** (1) bezoeken, dat hem heel boeide. Toen wij terugkwamen door de **straat** (3) waar het **Turkse bad** (2) is, ontmoetten wij een **begrafenis** (4) . Voor de **lijkstoet** liep de **geestelijkheid**, die de **lijkwagen** voorafging, waarin de **kist** geplaatst was. Veel vrienden vergezelden de **rouwende** familie.","t14-02-2":"Nadat de stoet voorbij was, staken wij de straat over voor het grote **bierhuis** (5) waarin veel **gasten** **bier** dronken op het terras, beschut door de glazen **markies** (6) .","t14-03-1":"3. — Jan was verbaasd over het **wapenschild** dat tussen de winkel van de **likeurstoker** (7) en die van de **muziekhandelaar** (10) hing. Hij vroeg mij naar de betekenis ervan; ik antwoordde dat het het Engelse **consulaat** (8) aanduidt, en wees hem op de **consul** (9) die op het balkon staat.","t14-tit-2":"Verkenning van de winkels.","t14-04-1":"4. — Natuurlijk hielden wij stil voor de uitstalling van de **muziekinstrumenten**, **harmoniums**, **orgels** en **piano’s**; wij bekeken de geïllustreerde omslagen van de **partituren** en van de **muziekstukken** voor piano, en bewonderden de **lier** van verguld hout, die als uithangbord dient.","t14-05-1":"5. — De stofwolken die de **straatvegers** (11) en de **veegwagen** (12) maakten dwongen ons snel voorbij de mooie **meubelstellen** van de **meubelhandelaar** (13) te lopen en voorbij de uitstalling van **kachels** en **lampen** van de **blikslager** (14) .","t14-06-1":"6. — Overigens waren wij op die plaats gedwongen het trottoir te verlaten, want het was versperd door pakken, die men uit een **verhuiswagen** (16) nam om ze in een **pakhuis** (15) te zetten dat men zojuist verhuurd had.","t14-06-2":"Dat belette ons de mooie rijtuigen van de **rijtuigmaker** (17) te zien, maar belette ons niet stil te houden om naar de **pakker** (19) te kijken die een kist maakte voor zijn buurman, de **handelaar in fietsen en auto’s** (18) . Daarna, omdat het al wat laat was, keerden wij naar huis terug.","t14-tit-3":"Wandeling door de stad.","t14-07-1":"7. — De volgende dag stelde mijn moeder aan Jan voor dat men hem zou fotograferen, daarna gaf zij mij de opdracht hem naar de **fotograaf** (20) te vergezellen. Na het middagmaal gingen wij het **atelier** van de kunstenaar binnen, waar wij vrij lang moesten wachten. Om ons bezig te houden bekeken wij de **portretten** (22) die aan de muur hangen.","t14-07-2":"Toen het onze beurt was, duurde het werk niet lang, en zodra mijn vriend klaar was met poseren voor het **fototoestel** (21) , daalden wij af.","t14-08-1":"8. — Op de eerste verdieping zagen wij door de deur van de **kapper** (23) , die openstaat, zijn knecht die het haar van een klant knipte.","t14-08-2":"Toen wij op straat gekomen waren, kwamen wij langs de **tabakswinkel** (24) . Jan werd zo vermaakt door de rode **lantaarn** (25) en de **dikke pijp** die als **uithangbord** (26) dient, dat hij tegen twee oude heren botste die pratend **snuiftabak namen** (27) .","t14-tit-4":"De banketbakkerij.","t14-09-1":"9. — De **bankbiljetten** en **muntstukken** uit alle landen die in de **etalage** van de **wisselaar** (29) uitgestald waren trokken enkele ogenblikken onze aandacht, maar omdat het tijd was voor het vieruurtje, gingen wij bij de **banketbakker** (31) naar binnen zonder langer stil te houden.","t14-10-1":"10. — Toen wij alle **lekkernijen** zagen die de winkel bevatte, **taarten, ontbijtkoek, koekjes** en allerlei **snoepgoed**, konden wij niet gemakkelijk kiezen. Ten slotte koos Jan de **roomtaartjes**, en ik nam alleen een klein **kersentaartje**, want van het zoet **krijg ik kiespijn**, en ik verlang er helemaal niet naar te dikwijls de **tandarts** (30) te gaan bezoeken.","t14-tit-5":"Machineschrijven.","t14-11-1":"11. — Om aan mijn vriend een **schrijfmachine** te tonen waarover hij had horen spreken, maar die hij niet kende, gingen wij het **kantoor** (32) van mijn **neef** (34) binnen. Wij troffen hem aan terwijl hij zijn brieven dicteerde aan zijn **secretaris** (35) die **stenograaf** is. Nauwelijks was een brief af, of een **typist** (33) schreef hem met zijn machine over. Omdat wij de bezigheden van mijn bloedverwant niet wilden onderbreken, bleven wij maar enkele ogenblikken bij hem.","t14-12-1":"12. — Onder het kantoor van mijn neef woont een grote **horlogemaker-juwelier** (37) die bovendien goudsmid is. Zijn prachtige winkel bevat veel **klokken, pendules, zakhorloges**, **kettinkjes** en kostbare **juwelen**, bijvoorbeeld **parelsnoeren**, gouden **armbanden**, **oorbellen** en **ringen** versierd met **edelstenen** en **diamanten**. Een van de etalages is bijzonder gereserveerd voor het **goudwerk** en bevat een belangrijke verzameling zilveren **eetgerei**.","t14-13-1":"13. — Toen wij de straathoek omsloegen, merkte ik dat men het **bordje** (36) verwisseld had dat bij het **huisnummer** zit. Ik stond op het punt mijn opmerking hardop te zeggen, toen de vrolijke klanken van de militaire muziek gehoord werden. Wij begonnen het regiment tegemoet te rennen, zonder te bedenken dat **het** voorbij de winkels van de **hoedenmaker** (39) en van de **handschoenmaker** (40) zou komen, en dat wij even goed geplaatst zouden zijn geweest om zijn defilé te zien als wij voor de etalage van de **opticien** (38) gebleven waren, die geheel voorzien is van **knijpbrillen, lorgnetten** en **verrekijkers**.","t14-tit-6":"Marsdefilé.","t14-14-1":"14. — Voor het **regiment** (41) liep de **tamboer-majoor** (42) gevolgd door de **tamboers** (43) , de **hoornblazers** (44) en het hele **muziekkorps**. De **generaal** (45) die met zijn adjudant op het plein stond, was blijven staan bij de **waterstraal** (49) van de **fontein** (48) , om het **defilé** bij te wonen.","t14-14-2":"**De stafofficieren** (46) , de **kolonel** en de **luitenant-kolonel** groetten hem met de degen. **De majoors** stonden voor hun **bataljons** (47) en elke **kapitein** voerde zijn **compagnie** aan, terwijl de **luitenants**, **onderluitenants** en **onderofficieren** hun gewone plaats bij hun mannen innamen.","t14-15-1":"15. — Veel voorbijgangers hadden zich op **het kruispunt** (50) verzameld; de winkeliers, de **paraplumaker** (51) , de **verver** (53) , de **wapensmid** (54) kwamen naar buiten om de **soldaten** te zien. Alle voertuigen, **huurrijtuigen** (52) , **herenrijtuigen** (57) en ook de **sproeiwagen** (56) , gingen langs het trottoir staan.","t14-tit-7":"Straattaferelen.","t14-15-2":"Een **handelsreiziger** (55) die zijn **monsterkoffers** in de hand droeg, stak snel de straat over, en de mensen die op de **imperiaal** (59) van de **omnibus** (58) zaten keerden zich om om van het schouwspel te genieten. Een arme **straatzanger** (60) met zijn **draaiorgel** (61) moest zijn **lied** onderbreken, want het lawaai van de tamboers overstemde zijn stem.","t14-16-1":"16. — Toen het regiment voor de **stoffenwinkel** (64) kwam verlieten de **naaisters** (63) en de **kleermakers** (62) hun **naaimachines** en hun werk om door het raam te kijken. **De winkelier** (65) , die zojuist nieuwe **kostuums** (66) in zijn **uitstalling** gezet had, moest de **lakens** (67) en het **linnen** naar binnen laten brengen die op het trottoir stonden, bij de **rioolopening** (68) , uit vrees dat de menigte ze zou omgooien, zelfs een oude **marskramer** (69) , van wie een portierster kousen afdong, was gedwongen een gang binnen te gaan om zijn verkoop af te maken.","t14-16-2":"Wij vergezelden het regiment tot aan de kazerne, **en**, heel tevreden over onze dag, keerden wij op het uur van het diner terug.","t14-tit-8":"Verschillende bedrijven en beroepen.","t14-17-1":"17. — De volgende dag stelde mijn vader ons voor de drukkerij van de plaatselijke krant te bezoeken. Wij namen dat geestdriftig aan.","t14-17-2":"De **drukker** is ook **boekhandelaar** (70) **(= boekverkoper)**, **uitgever**, **papierhandelaar** en **boekbinder**. Hij heeft op de eerste verdieping de **redactie** (71) van de krant ondergebracht, en ook het **graveeratelier**, waarin de **lithografen** (72) en de **kopergraveurs** (73) werken, ten slotte de **zetterij**, waarin de **drukkersgezellen** (74) zijn. De eigenlijke **drukkerij** (75) , de **drukpersen** en de verschillende machines staan op de begane grond.","t14-tit-9":"Jan stelt heel veel vragen.","t14-18-1":"18. — Toen wij de drukkerij uitkwamen, hield Jan heel verbaasd stil voor een klein glazen kastje dat op een zuil bevestigd was, tegenover de **garenwinkel** (77) en vroeg waarvoor het dient. Mijn vader legde hem uit, dat het een **brandmelder** (76) is. Overigens was alles, in de stad, voor mijn vriend een wonder, van de eenvoudige **stenen fontein** (78) en de lichte **bestellingsdriewieler** (80) die door een **piccolo** (79) in livrei gereden wordt, tot de **postwagen** (81) .","t14-19-1":"19. — Terwijl mijn vader ons enkele ogenblikken verliet om met de **belastingontvanger** (83) te praten, die was blijven staan om met een **advocaat** (82) en een **notaris** (84) te spreken, vermaakten wij ons door het verkeer op straat met de ogen te volgen. De meest uiteenlopende mensen kwamen langs ons: een **banketbakkersknecht** (85) , die in een mand een prachtige **pastei** droeg, kwam achter een **kleerkoper** (86) ; een **lantaarnopsteker** (87) praatte met een **gasfitter** (88) , een **non** (89) die een weesmeisje bij de hand hield keerde naar haar klooster terug.","t14-tit-10":"Op onze terugweg naar huis.","t14-20-1":"20. — Op het ogenblik dat mijn vader zich weer bij ons voegde, lachte Jan luidkeels, toen hij het vuile gezicht en de vreemde haveloze kleding zag van twee **schoorsteenvegers** (91) die helemaal met roet bedekt waren.","t14-21-1":"21. — Ik wilde bij de **bloemenverkoopster** (92) een plant voor mijn moeder kopen, maar mijn vader wees mij erop, dat die erg zwaar zou zijn om mee te dragen en dat het beter zou zijn **sinaasappels** te kopen. Wij naderden de **verkoopster** (94) en toen de **gouvernante** (93) , die voor haar pupil aan het kiezen was, haar aankoop klaar had, lieten wij ons bedienen.","t14-22-1":"22. — Toen wij naar huis terugkeerden, ontmoetten wij verscheidene kennissen: een oude vriendin van mijn familie, die op de arm van haar **gezelschapsdame** (95) steunde, de **ingenieur** (96) van bruggen en wegen, en een van mijn nichten met haar **kindermeisje** (98) .","t14-22-2":"Daarna ontmoetten wij de **modiste** (97) van mijn moeder en twee **monniken** (99) die vreemd aan de stad waren, die naar ons toe kwamen om mijn vader naar de weg naar het station te vragen.","t15-apar-1":"TABEL Nr. 15","t15-tit-1":"De markt. — De eetwaren.","t15-01-1":"1. — De meeste kooplieden die ons de waren leveren die voor onze voeding nodig zijn verzamelen zich onder de **hal** (1) van de **overdekte markt** of in de aangrenzende straten.","t15-02-1":"2. — De **varkensslager** (2) , die **ham** (3) , **bloedworst** (4) , **worstje** (5) , **pensworst** (6) en **spek** (7) verkoopt, staat naast de **boter- en kaasverkoopster** (8) , wier uitstalling voorzien is van **Hollandse kazen** (9) met een rode korst, van **Camembertkazen** (10) , van **Gruyèreschijven** (11) en van verse **boterblokken** (12) .","t15-03-1":"3. — Voor haar biedt een **groenteverkoopster** (13) haar klanten mooie **tomaten** (14) , **bloemkolen** (15) , **sla** (16) , **sluitkolen** (17) , **courgettes** (19) , **meloenen** (18) en zelfs **paddenstoelen** (20) aan. Maar een **bierknecht**, die zijn **bestelwagen** (21) beladen met **biervaten** (22) , juist voor haar uitstalling heeft stilgehouden, belet haar klanten te naderen. Een tuinierster brengt haar een grote mand **artisjokken** (23) .","t15-tit-2":"Verkopen en kopen.","t15-04-1":"4. — Op de markt is de drukte groot, want het uur van de **veiling** (24) is aangebroken. De **huisvrouwen** (26) , die daar voor hun inkopen komen, houden in het voorbijgaan stil voor het kraampje van de **penverkoopster** (25) , om **pens** of een **kalfskop** te kopen.","t15-05-1":"5. — Een dikke **kok** (27) dingt af op een heel mooie **tonijn** bij de **visverkoopster** (28) die naar believen haar (verkoop)prijzen verhoogt. Zij heeft een grote hoeveelheid **palingen, tongen, forellen** en **karpers** gekregen. Haar **kabeljauw** en **mosselen** zijn heel vers.","t15-tit-3":"Goedkope en dure waren.","t15-06-1":"6. — De **poelierster** (29) , die naast haar geïnstalleerd is, is heel nauwgezet. Wanneer zij een **kalkoen, een gans, een eend** of een gewone **kip** verkoopt, vraagt zij alleen de juiste prijs.","t15-07-1":"7. — Op de hoek van het plein, op de eerste verdieping, is sinds korte tijd een **linnenverkoopster** (30) gevestigd bij wie de koopsters altijd zeker zijn een heel mooie voorraad **tafellakens, servetten, schorten** en **handdoeken** te vinden. Op dezelfde verdieping heeft een **messenmaker** (31) zijn werkplaats gevestigd. Hij slijpt de **messen** van de verkoopsters in de hal en maakt voor de tuinlieden **snoeimessen** van het hardste **staal**.","t15-tit-4":"De kruidenierswinkel.","t15-08-1":"8. — Onder zijn werkplaats is sinds korte tijd een grote levensmiddelenwinkel geopend. Het is al niet meer de eenvoudige en onbelangrijke **kruidenierswinkel** (32) van vroeger, die alleen de gangbare waren verkocht, **thee** (33) , **chocolade** (34) , **broodsuiker** (37) en **zeep** (38) . Daar verkoopt men elke waar, **krokante koekjes**, **conserven** (35) , **likeuren** (36) , **rum, cognac, kirsch, anisette** en **curaçao**. Daar vindt men wild: **haas** (39) , **lijsters** (40) , **patrijzen** (41) , **kwartels** (42) , **wilde eend** (43) of **fazant** (44) , even gemakkelijk als uitheemse vruchten zoals **bananen** (46) en **ananassen**.","t15-09-1":"9. — Een heel behulpzame **kruideniersknecht** (45) , staat klaar om te geven wat men verlangt: **jam** (47) van aalbessen of van kweeperen, **vet** (48) , **augurken** (49) of gezouten **sardines** (50) .","t15-09-2":"Dat is heel handig voor de **klanten** (51) , die, naast de meest gangbare waren, de zeldzaamste eerstelingen en de smakelijkste vruchten vinden: sappige **peren** (52) , **pruimen** (53) , **druiven** (54) , **perziken** (55) , **amandelen** (56) en **noten** (57) .","t15-tit-5":"De klantenkring.","t15-10-1":"10. — De **rijst** (58) en de **linzen** (59) staan naast de kist met gerookte **haringen** (60) ; de **aardappel** (61) en de **boon** (63) staan naast de **appels** (62) , **vijgen** (64) , **gedroogde pruimen** (65) en **hazelnoten** (66) . Men vindt in die winkel verse **eieren** (67) en **olijven** (68) ; daarom worden **manden** (70) en **boodschappennetten** (73) razendsnel gevuld.","t15-11-1":"11. — De **koffie** (72) van die uitstekende firma heeft onder de **dienstboden** (69) en de **keukenmeiden** een terechte faam verworven, want de oude **kruidenier** (71) brandt hem zelf met de grootste zorg.","t15-tit-6":"De schouwspelen.","t15-12-1":"12. — Niet iedereen gaat naar de markt om zich te bevoorraden. In het schilderachtige verkeer op het straatje dat naar de hal leidt, ziet men de meest uiteenlopende mensen. Naast een vriendelijke **slagersknecht** (75) , die een **handkar** (74) voor zich uit duwt, lopen twee soldaten met verlof die er heel trots op zijn hun schitterende uniform te laten zien: de **huzaar** (76) met een blauwe **dolman** en een **sjako met pluim**, en de **zoeaafkorporaal**, met een wijde broek en het hoofd bedekt met een **fez**.","t15-13-1":"13. — De **bakker** (80) , die op de drempel van de **bakkerij** (78) staat heeft zojuist het deeg van zijn **brood** (79) gekneed en uit de oven de **croissants** (81) , de **broodjes** (82) en de **ronde broden** (83) gehaald die in de etalage liggen.","t15-14-1":"14. — Boven de bakkerij woont een bekwame **linnennaaister** (84) die verscheidene **borduursters** (85) in dienst heeft. Naast haar woont een **wasvrouw-strijkster** (86) , die het **linnengoed** (88) stijft nadat zij het gewassen en gedroogd heeft, en die het met een **strijkijzer** (87) strijkt.","t15-tit-7":"Vlees, vis en groenten.","t15-15-1":"15. — In de **slagerij** (89) , die op de begane grond ligt, verkoopt men allerlei **vlees, schapenvlees** (90) , **rundvlees** (94) of **kalfsvlees** (92) als **schapenbouten, biefstuk, gebraad** en **koteletten**. De **slagersknecht** (93) snijdt al dat vlees en legt de **mergpijpen** (96) apart. Bij de deur van de slagerij staat een **oesterverkoopster** (97) die **oesters** (98) verkoopt. Zij opent ze als men dat wenst.","t15-16-1":"16. — Al die kooplieden betalen een patent of een standgeld; daarom vervolgt de **politieagent** (100) zonder medelijden de arme **groentemarskraamsters** (99) die hun beconcurreren door met hun karretjes **wortelen, radijsjes, rapen, prei** of **aspergebundels, verse erwten, spinazie, zuring, waterkers** en **peterselie** rond te venten.","t15-tit-8":"Pas op voor de politieagent!","t15-17-1":"17. — De jongen die **knoflook** (101) en **uien** verkoopt, weet heel goed, dat ook hij zijn waren niet bij de markt mag verkopen. Hij vlucht, en loopt daarbij gevaar de mand met **krabben**, **rivierkreeften** en **garnalen** van de **verkoper** (102) van **langoesten** en **zeekreeften** om te gooien.","t15-18-1":"18. — Iedereen beweegt zich en maakt veel lawaai; maar dat belet niet duidelijk de stem van de rondtrekkende **glazenmaker** (103) te horen, noch de kreet van de **kolenboer** (104) die zojuist enkele ogenblikken zijn karretje verlaten heeft om een **zak kolen** (105) te leveren.","t16-apar-1":"TABEL Nr. 16 Het grote warenhuis. — De bazaar. — Het speelgoed.","t16-01-1":"1. — Het nieuwe jaar nadert. De grote warenhuizen hebben hun uitstallingen van **speelgoed** (1) en nieuwjaarsgeschenken klaargemaakt.","t16-01-2":"Ik vroeg mijn grootvader, of hij mij naar de bazaar wilde brengen om die mooie tentoonstelling te zien, en hij stemde daarin toe.","t16-02-1":"2. — Eerst hielden wij stil voor mooie **wapenschilden**, die een **geweer**, een **kepie**, een **sabel**, een **degengordel** en een paar **epauletten** bevatten, of een **helm**, een **kuras** (3) en een **pistool** (4) . Dat alles boeide mij veel meer dan de **toverlantaarns** (2) .","t16-tit-1":"Mooie gezichten.","t16-03-1":"3. — In dezelfde afdeling stond een **schildwacht** (5) in zijn **schilderhuisje**; hij scheen de wacht te houden voor een hele menagerie van karton. Hoeveel dieren waren daar: een **papegaai** (6) op zijn stok, een **neushoorn** (7) met een hoorn op de neus, een **rendier** (8) , een **struisvogel** (9) , een **aap** (10) die een noot kraakte, een **vos** (11) die een hen wegdroeg, een **krokodil** (12) die met enorme kaken gaapte, een **kameel** (13) , een sierlijke **hazewind** (14) , een **panter** (15) , daarna twee dieren die ik niet kende en die, naar men zegt, een **wezel** (16) en een **hyena** (17) zijn. Ook waren daar een **luipaard** (18) en een **wolf** (21) ; vlakbij waren aardige **ratjes** (19) en piepkleine **muisjes** (20) van rubber. Ten slotte besloten een **nijlpaard** (22) en een **dromedaris** (23) met een bult de verzameling. Ik zou daar nog meer uren gebleven zijn als er niet vlakbij een prachtig kampement vol **loden soldaatjes** (29) geweest was dat mijn aandacht trok.","t16-tit-2":"Soldaten en oorlog.","t16-04-1":"4. — Mijn grootvader, die **invalide** (24) is en die het leger moest verlaten wegens een **verwonding** waardoor hij de **militaire medaille** kreeg, vertelt mij graag over de **veldtochten** waaraan hij deelnam. Hij was gelukkig terwijl hij de verschillende bewegingen van het kleine leger in miniatuur uitlegde. Een groep echte soldaten die de bazaar bezocht: een **geniesoldaat** (25) , een **alpenjager** (26) met het hoofd bedekt met een **baret**, een **sergeant-majoor** (27) van de infanterie en een **sergeant van de artillerie** (28) met een gouden **tres** op de mouw, hield naast ons stil om naar de uitleg te luisteren.","t16-05-1":"5. — Mijn grootvader, heel trots omdat hij zo’n schitterend gehoor had, improviseerde een volledig slagplan.","t16-05-2":"De versterkte stad, met haar **wallen** en **grachten**, werd belegerd door het **vijandelijke leger**, dat, na een lang **bombardement**, klaar was voor de **bestorming**. Maar de **belegerden** die door de honger gedwongen waren, hadden een **uitval** naar het **kampement** van de **belegeraars** gewaagd. Nadat zij de **aanval** met een hardnekkig **gevecht** rondom het **tentenkamp** afgeslagen hadden, zonden de **overwinnende** belegeraars hun **eskadrons** uit om de **overwonnen** aanvallers te achtervolgen. Dezen **trokken zich terug** en bedekten het **slagveld** met **doden** en **gewonden**. **Brancardiers** droegen die laatsten weg naar de **ambulance** om ze door de **chirurg** te laten verzorgen.","t16-05-3":"Ondanks het heldhaftige verzet van enkele **bataljons** die een **carré** gevormd hadden, was de **nederlaag** volledig, de rest van het leger **vluchtte**, en liet veel **gevangenen** achter. De vijand ging zijn **overwinning** voltooien door de stad te bezetten. Misschien zal dat het einde van de veldtocht zijn en zal het, na een **wapenstilstand**, mogelijk zijn een **vredesverdrag** te tekenen.","t16-tit-3":"Geschenken voor nieuwjaar.","t16-06-1":"6. — De jonge soldaten, die lachten terwijl zij naar het schilderachtige verhaal van de veteraan luisterden vroegen hem nog enkele uitleg. Wat mij betreft, ik liep de winkel rond om een mooie **kruisboog** (32) en een **boog** (33) met zijn **pijl** (31) te bekijken. Daar vond ik een andere verzameling dieren: twee **zangvogels** (34) : een automatische **nachtegaal** en een **grasmus** die uit volle keel zong, en een reeks vreemde dieren: een **vleermuis** (35) , een **boa** (36) , een **schildpad** (37) , een **zeehond** (38) , een **walvis** (39) en een **haai** (40) van verguld leer.","t16-07-1":"7. — Ik hield niet lang stil om ze te bekijken, want ik begon te zien waarvan ik droomde: een prachtig **poppentheater** (41) met schitterende **decors** en een verrukkelijk rood **gordijn**. Op het **toneel** schenen twee acteurs een **rol** te spelen in een heel boeiend **toneelstuk**, want de kleine kartonnen **toeschouwers** die in de loges geïnstalleerd waren of op de **leunstoelen** en in het **parterre** achter de **dirigent** zaten, applaudisseerden levendig.","t16-07-2":"Jammer genoeg kostte dat theater heel veel.","t16-08-1":"8. — Overigens was het moeilijk het speelgoed te kiezen, want in de etalages was allerlei speelgoed opgestapeld: een **Harlekijn** (42) , een **Pulcinella** (43) , een **Pierrot** (44) , **uilen** (45) die met de vleugels sloegen, fluitende **merels** (46) , blaffende **poedels**, een **fonograaf** (47) en **geduldspelletjes**. Een van die stukken speelgoed vond ik heel leuk: het stelde een **zeeslag** (48) voor waarin een **schip** door **zeerovers** aangevallen werd bij een land met **kokospalmen** beplant.","t16-09-1":"9. — Ik kon al die wonderen heel gemakkelijk bekijken, want er waren maar weinig mensen in het warenhuis, nauwelijks enkele slenteraars, een **dragonder** (49) en een **incasseerder** (50) die een **wissel** aan de hoofd**kassa** (51) aanbood.","t16-10-1":"10. — Ik vroeg mijn grootvader waarvoor de boeken dienen die op planken achter de **caissière** liggen; hij antwoordde mij dat het **boekhoudboeken** zijn.","t16-tit-4":"Gapen bij een winkel.","t16-11-1":"11. — Toen wij de speelgoedafdeling verlieten, gingen wij naar de zadelmakerij om een blik te werpen op de **zadels** (53) , **stijgbeugels** (54) , **teugels** (55) , **bitten** (56) en **rijzwepen**. Terwijl de **afdelingschef** (57) enkele inlichtingen aan mijn grootvader gaf, ging ik de uitstalling van het **porselein** en **kristal** (58) bekijken waar mooie **slakommen** en fijne **theepotten** (59) staan.","t16-12-1":"12. — Om naar de eerste verdieping te gaan, kwamen wij achter de etalage van de **korsetten** (60) langs, naast de kousenafdeling, waar heel mooie **onderbroeken** (63) uitgestald waren. Vlakbij liet een **verkoopster** (61) een **koopster** (62) mooie zijden **weefsels** (64) kiezen.","t16-12-2":"Terwijl ik de trap opklom, merkte ik dat het warenhuis versierd is met Japanse **lampions** (65) , **parasols** (66) en reusachtige **palmbomen** (70) .","t16-13-1":"13. — Op de eerste verdieping was er niet veel te zien; alleen meubels (*) , **brandkasten** (67) , **commodes** (68) , **kinderwagens** (69) . Maar het totaalbeeld van het warenhuis was heel **vermakelijk**.","t16-14-1":"14. — Aan onze voeten zag ik de muziekinstrumenten: **harpen** (71) , **gitaren** (72) , **mandolines** (73) , **kornetten met ventielen** (74) , **klarinetten** (75) , violen met hun **strijkstok** (76) en zelfs een **grote trom** (77) . Wat verderop, bij de papierafdeling, dong een **student** (78) bij de **bediende** (79) af op een schriftenmap. Naast hen onderscheidde ik een mooi **abc-boek** (80) .","t16-14-2":"Midden in het warenhuis was een hoge **kerstboom** (81) opgericht die helemaal voorzien was van kaarsen, snuisterijen en allerlei speelgoed: **houten paarden** (82) , **poppen** (83) , enz..","t16-14-3":"De **parfumerie** (84) met haar **tandmiddelen** en verschillende **parfums** verspreidde een heel goede geur die naar ons toe kwam.","t16-tit-5":"Wij kopen iets.","t16-15-1":"15. — Omdat mijn grootvader de tijd te lang begon te vinden, daalden wij langs de grote trap af. Hij hield even stil voor een **sterrenkundige tabel** (85) die, zei hij mij, **kometen** (a) , **maan- en zonsverduisteringen** (b) , een windroos met de **vier windstreken** (c) **(Noord, Zuid, Oost en West)**, een kaart van de twee **halfronden** (d) , de **planeten** (e) en het **zonnestelsel** (f) voorstelt. Ik begreep niets van dat alles, en ik werd veel meer geboeid door de met tressen versierde livrei van een **loopjongen** (86) die voorbijkwam, en door de mooie **waaiers** (87) die naast mij lagen, bij de **portemonnees** (88) en de **portefeuilles** (89) .","t16-16-1":"16. — Ik bewonderde ook op de uitstalling **veren** (90) , en **gordelgespen** (91) , de mooie **kunstbloemen** (94) die sierlijk in manden geschikt waren. De **violen**, **violieren**, **hyacinten** (95) , **geraniums** (96) , **lelies** (97) en **oostindische kers** (98) waren heel goed nagemaakt.","t16-tit-6":"Een geschenk van mijn grootvader.","t16-17-1":"17. — Ik vroeg mijn grootvader voor mij een van de **tandenborstels** (92) te kopen die in een doos naast **haarspelden** (93) lagen. Hij stemde toe en ik ging zelf mijn aankoop aan de kassa betalen, waarnaast men een belangrijke **zending** (100) voor een **klant** (99) klaarmaakte.","t16-18-1":"18. — Plotseling ontstond er een lichte opschudding onder de mensen die bij het artistieke **bronswerk** (101) waren blijven staan. Een **dief** (102) was zojuist op heterdaad betrapt door een **inspecteur** (103) , terwijl hij iemand probeerde te bestelen. Men zorgde ervoor een politieagent te laten komen om hem **aan te houden**, en juist toen wij naar buiten gingen, werd de dader naar de gevangenis gebracht."}